In het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet is een aantal ‘Grote keuzes voor Nederland’ benoemd. Eén van de grote keuzes heeft betrekking op de onderwerpen: landbouw, natuur en stikstof. Hiermee wordt de indruk gewekt dat er een stevige aanpak komt voor de stikstofproblematiek. Als we wat verder naar de tekst kijken zien we veel overeenkomsten met de aanpak van het kabinet Schoof, bijvoorbeeld:
- - de Kritische Depositiewaarde (KDW), die aangeeft hoeveel stikstof een natuurtype kan verdragen, uit de stikstofwet halen.
- - een rekenkundige ondergrens invoeren in het Aerius-model dat stikstofdeposities modelleert.
- - werken met vrijwillige beëindigingsregelingen voor boeren.
- - inzetten op doelsturing, wat de boer meer regie geeft dan middelsturing.
De nieuwe regering wil al deze zaken ook, maar hoe stevig is die aanpak dan?
Als het kabinet de KDW uit de stikstofwet haalt, is het niet verlost van de Europese Habitatrichtlijn en ook niet van de eis dat vergunningen geen significante schade mogen veroorzaken. De KDW voorziet de stikstofaanpak juist van een meetbare en daarmee juridische basis.
Het invoeren van een rekenkundige ondergrens was het ‘levenswerk’ van de vorige minister van landbouw, Femke Wiersma. Het is haar, ondanks grote inspanning, niet gelukt om een wetenschappelijk verantwoorde en juridisch houdbare rekenkundige ondergrens in te voeren. Waarom zou dat nu wel lukken?
Werken met doelsturing klinkt modern en redelijk: laat de boer zelf bepalen hoe hij natuurvriendelijker kan werken. Maar helaas is het de vraag of zo’n systeem juridisch voldoende zekerheid biedt dat de natuur niet verder verslechtert.
Het kabinet-Jetten heeft dezelfde doelstelling als het vorige kabinet, de landbouw moet in 2035 42 tot 46 procent minder ammoniak uitstoten dan in 2019. In de Greenpeace-zaak heeft de rechtbank de Staat ‘bevolen zich aan zijn stikstofdoel voor 2030, zoals wettelijk vastgelegd, te houden, wat betekent dat de Staat 50 procent van de oppervlakte van de stikstofgevoelige natuur uiterlijk op 31 december 2030 onder de KDW moet brengen. Daarbij moet voorrang worden gegeven aan de meest kwetsbare natuur’. Om aan die 50 % onder de KDW te kunnen voldoen moet de uitstoot van stikstof uit de landbouw met ongeveer 43% afnemen, het kabinet wil hier pas in 2035 aan voldoen. MOB heeft al in 2025 aangegeven dit reductiepercentage te laag te vinden en aangekondigd weer rechtszaken te beginnen.
De volgende zin uit het coalitieakkoord: “Als we Nederland van het stikstofslot halen, … kunnen we de natuur en biodiversiteit, die onder grote druk staan, herstellen” illustreert dat natuur en biodiversiteit slechts als een bijkomend probleem worden beschouwd en niet als basis voor een gezonde en welvarende samenleving. In werkelijkheid is herstel van natuur en biodiversiteit voorwaardelijk om vergunningverlening weer eenvoudig mogelijk te maken. Bovendien is de kwaliteit van de leefomgeving de basis voor voedselproductie, gezondheid en welzijn.
Bronnen:
- Een stikstofbeleid zonder BBB wordt niet zo anders; Jurgen Tiekstra, Binnenlands Bestuur 30/01/2026
- Reflectie op het coalitieakkoord; Raoul Beunen
.

