De vereniging Leefmilieu is een onafhankelijke milieuorganisatie die zich inzet voor een groen en gezond leefmilieu. Onze kenmerken zijn: grote milieudeskundigheid en samenwerking met bewonersgroepen in heel Nederland.


Op deze website informeren we je over onze activiteiten. Wil je op de hoogte blijven, abonneer je kosteloos op onze nieuwsbrief  of  word lid.
 

actueel (kop)

 

Onderwerpen:

Het is al een langlopende kwestie waarover al jaren geen duidelijk beleid is, maar nu is er eindelijk een heldere oproep van de Gezondheidsraad in haar advies van 23 januari 2018: Zorg voor een beleid waarbij hooggevoelige groepen zo min mogelijk worden blootgesteld aan luchtverontreiniging.  Hooggevoelige groepen zijn kinderen, ouderen en mensen met Cover Advies gezondheidsraadluchtwegproblemen (vooral astmapatiënten). Gelet op de vergrijzing betreft dit dus een groeiend deel van de Nederlandse bevolking. De oproep van de Gezondheidsraad is duidelijk, net als haar suggesties. Deze suggesties zijn:

 

  • - Verhinder dat kinderdagverblijven, scholen of woonzorgcentra gebouwd worden
  •   langs drukke wegen en binnen bepaalde zones rond snelwegen.
  • - Houd bij de aanleg van wegen rekening met de aanwezigheid van gevoelige
  •   bestemmingen, kinderdagverblijven, scholen of woonzorgcentra.
  •  

Op deze manier kunnen de gezondheidsrisico’s voor hooggevoelige groepen worden beperkt.

 

Maar het is de vraag of je met dit advies in de hand kunt voorkomen dat er scholen en woonzorgcentra gebouwd worden rond drukke (snel)wegen. De ervaring leert namelijk dat plannenmakers heel vaak juist op die plaatsen een school of woonzorgcentrum voor ouderen willen bouwen. Waarom juist daar? Juist op die locaties is de grond nog beschikbaar en goedkoop, omdat die locatie voor woningbouw niet aantrekkelijk was.

 

Wij hebben geleerd van eerdere ervaringen: meerdere malen hebben we de bouw van een school langs een drukke weg proberen tegen te houden of we hebben geprobeerd te voorkomen dat een drukke weg langs een school gelegd werd. Wij hebben toen ervaren dat het argument over de gezondheid van de leerlingen geen juridische betekenis had. En nog veel erger, schoolbesturen bleken geen enkele belangstelling te hebben voor gezondheidskundige argumenten. Ook voor hen legden het financiële motief en de goede relatie met de plaatselijke overheid meer gewicht in de schaal. Wil dit advies van de Gezondheidsraad dus opgevolgd gaan worden dat moet het meer worden dan een suggestie, het moet een harde eis worden, zodat de economische motieven het niet meer kunnen winnen van de gezondheidskundige.

 

Lees hier het advies van de gezondheidsraad

 

Klik hier voor het advies en de achtergonddocumenten op de website Gezondheidsraad

 

.

Maart 2018. Vorig jaar heeft Leefmilieu samen met 56 groepen uit het hele land een brief gestuurd naar de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en Landbouw (LNV). De brief riep op om het leefklimaat in de buurt van veehouderijen snel te verbeteren. Het antwoord van de ministeries is echter teleurstellend. Strengere regels zijn op korte termijn niet te verwachten. De oplossing wordt verschoven naar de “integrale aanpak van de verduurzaming van de veehouderij”. Hoe het er met deze integrale aanpak van de verduurzaming van de veehouderij voorstaat, melden de ministeries niet.

Ook wordt geen duidelijkheid gegeven over nieuwe regels voor geurhinder. Op het gebied van fijn stof is het antwoord wat concreter: ”Op dit moment wordt gewerkt aan het Nationaal Actieprogramma Luchtkwaliteit, dit actieprogramma zal eind 2018 aan de Tweede Kamer worden gezonden.”

Leefmilieu en de bewonersgroepen vinden het verder belangrijk dat mestverwerkingsinstallaties op voldoende afstand van woningen moeten worden geplaatst. Het ministerie wil de huidige adviesafstand (100 m) echter niet herzien. Dat betekent dat het ministerie niet uit wil gaan van het voorzorgprincipe. Op dit moment zijn namelijk de gevolgen van blootstelling aan mest en mestverwerking niet bekend. Dat zeggen wetenschappers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in hun recente rapport. Mest bevat ziekteverwekkers en stoffen die kunnen irriteren, maar de ministers kiezen er dus voor deze onzekerheid niet te vertalen in een voorzichtig beleid. Sterker nog, in de antwoordbrief wordt aangegeven dat mestverwerkers nodig zijn om de milieu- en klimaatdoelstellingen te halen.

Kortom een teleurstellend antwoord op onze knellende vragen: van beide ministeries is voor de problematiek van de leefbaarheid van burgers op dit moment niets te verwachten.  

 

Lees hier de antwoordbrief van de ministerieslogo max5odeur

 

Lees ook ons bericht over de brief van 56 burgergroepen:
Rijksoverheid moet ingrijpen in ontspoorde veehouderij

 

Lees meer over de brief van de 56 burgergroepen en het antwoord op:
http://www.max5odeur.nl/noodkreet-56-burgergroepen/

 

Lees hier het RIVM rapport: Verkenning van de microbiologische risico’s van mest voor de gezondheid.

 

.

April 2018. Het aantal meldingen dat bij Stichting Laagfrequent Geluid binnenkomt is in 2017 explosief gestegen. Lag het aantal in de jaren ervoor gemiddeld rond de 150 per jaar, in 2017 kwamen er maar liefst 650 nieuwe meldingen van LFg-hinder binnen. Toch lijkt dat nog slechts het topje van de ijsberg te zijn, getuige de vele verhalen en ervaringen van mensen.


Daarnaast zien we dat de problematiek zich sterk verdiept. Een groeiend deel van de melders geeft aan te maken te hebben met de ervaring van trillingen door het lichaam. Dit alles leidt tot grote gevolgen voor het lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk functioneren van de gehinderden. Steeds meer mensen geven aan het leven onder deze omstandigheden als ondraaglijk te ervaren.

 

Lees hier de Jaarrapportage 2017 van de Stichting voor Laagfrequent Geluid


Meer over de Stichting Laagfrequent Geluid op: https://www.laagfrequentgeluid.nl/

 

 

Ad Ragas

Op 16 maart 2018 presenteerde Ad Ragas van de Radboud Universiteit het onderzoeksproject SUSPECt. Bij dit onderzoek worden modellen ontwikkeld om te kunnen voorspellen hoeveel van de chemische stoffen die wij dagelijks gebruiken in het oppervlaktewater terechtkomen. Denk aan wasmiddelen, shampoo en medicijnresten. Startpunt is het gebruik van de stoffen, bijvoorbeeld de inkoop van medicijnen door het ziekenhuis. Vervolgens wordt nagegaan waar die stoffen terechtkomen en of ze worden afgebroken in de zuiveringsinstallatie. Bij het ontwikkelen van de modellen wordt natuurlijk wel gemeten, maar die metingen worden overbodig als blijkt dat de modellen goed voorspellen.
We gebruiken in het huishouden en in ziekenhuizen duizenden verschillende stoffen. Die kunnen natuurlijk niet allemaal worden gemeten. Door het gedrag van de stoffen te modelleren krijgen we al vroeg een signaal welke stoffen in het oppervlaktewater terechtkomen en daar problemen kunnen veroorzaken. Met deze informatie kunnen we vroegtijdig maatregelen nemen en eventuele probleemstoffen ook beter in de gaten houden.
Op de bijeenkomst op 16 maart in Nijmegen brachten de aanwezigen veel gebruikte cosmetica en schoonmaakproducten mee. Ter plekke zijn deze producten gefotografeerd en de foto’s zijn aan de onderzoekers toegestuurd. De onderzoekers gaan nu bekijken welke stoffen in deze producten zitten en of ze die stoffen in het onderzoek kunnen meenemen.

 

.

Cover Gezondheidswinst GRDe Gezondheidsraad gaat in haar advies “Gezondheidswinst door schonere lucht” van 23 januari 2018 (onder andere) dieper in op het probleem van de houtstook. Houtstook draagt volgens de Gezondheids­raad bij aan de hogere luchtvervuiling aan fijnstof en vooral roet. Denk daarbij aan lokale toename van vervuiling in dorpen en wijken waar veel houtkachels en openhaarden branden. Maar de luchtvervuiling is niet beperkt tot deze plaatsen. Het stoken van hout zorgt ook dat de hele fijnstofdeken die over Nederland hangt dikker wordt en dat treft iedereen.

 

De Gezondheidsraad doet meerdere suggesties om de luchtvervuiling door houtstook terug te dringen:

 

  • - zorg voor strengere emissie-eisen voor houtkachels,
  • - geef voorlichting over houtstook
  • - ontmoedig het gebruik van hout- en pelletkachels in woningen
  •  

Het staat niet zo letterlijk in het advies, maar volgens ons betekent het in ieder geval: stop direct met de subsidie op houtstook.

 

Link naar advies op website Gezondheidsraad: https://tinyurl.com/gezondheidswinst

 

.

februari 2018. Nederland wil van het gas af. Er zijn daarom op enkele plaatsen bewonersinitiatieven gestart om een andere warmtevoorziening voor de eigen woning te ontwikkelen. Het is natuurlijk toe te juichen dat bewoners zelf het heft in handen nemen bij de zoektocht naar een duurzame warmtevoorziening in hun eigen buurt. De vraag welke warmtebron duurzaam is blijkt veel lastiger te beantwoorden.

In Wageningen heeft de Benedenbuurt eerst onderzocht of een ondergrondse warmteopslag­systeem de oplossing was, maar dat bleek niet geschikt voor hoge temperaturen. Voor zo’n systeem moeten te veel ingrijpende maatregelen genomen worden om lage temperatuurverwarming in de bestaande woningen mogelijk te maken. Dat lukt niet in enkele jaren. Er wordt nu gedacht aan het gebruik van een warmte­pomp met hoge temperatuur (75 tot 80 graden), eventueel gevoed met restwarmte uit de papierindustrie in Renkum.

In de Nijmeegse wijk Wolfskuil ontwikkelde een groep bewoners het plan om, met een hout­gestookte warmteketel, tweehonderd woningen en vijf panden van de gemeente te verwarmen. Daarbij gaat het om het stoken van resthout uit de regio. De Nijmeegse gemeenteraad wijst echter een houtgestookte warmtevoorziening van de hand. In haar motie Nijmegen Duurzaam Warm van juni 2017 stelt de raad dat er te weinig resthout in de regio is en dat houtstook niet klimaatneutraal is. Bij het verbranden van hout komt zelfs meer CO2 vrij dan bij de verbranding van steen- en bruinkool. Als er nieuwe bomen geplant worden om de houtstook te compenseren dan duurt het 60 jaar voor de nieuwe aanplant de CO2 weer heeft vastgelegd (de zogenoemde CO2-schuld). Dit terwijl het bosareaal in Nederland en wereldwijd afneemt, en daarmee de CO2 vastlegging.
Vragen zijn er ook over de invloed van houtstook op de luchtkwaliteit in de buurt. Je moet je CV zeker niet vervangen door een houtkachel, daarvoor vervuilt een houtkachel de lucht teveel. Er is ook nog een economische reden om het niet te doen: vanwege de grote vraag wereldwijd is het de verwachting dat hout steeds duurder wordt.

Al met al lijkt het in sommige gevallen verleidelijk en gemakkelijk om met houtstook te beginnen, maar doe het niet. Het is geen duurzame oplossing en voor je het weet, verslechter je de luchtkwaliteit rond je eigen huis en in je eigen wijk.

 

Hier opgewekt

 

Voorbeelden van lokale duurzame initiatieven zijn te vinden op: https://www.hieropgewekt.nl/

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Logo DeurneDecember 2017. Onze jurist, Valentijn Wösten, had op verzoek van Leefmilieu en MOB in februari 2017 de gemeente Deurne gevraagd om de Plannen van Aanpak van bedrijven die een beroep doen op de Stoppersregeling. De Stopperregeling maakt het mogelijk tot uiterlijk 2020 door te gaan met de bedrijfsvoering, en daarna te stoppen. In de tussentijd hoeft het bedrijf dan niet te voldoen aan alle milieueisen voor emissiearme stallen. Voor de boer heeft dat als voordeel dat hij in de laatste jaren van zijn bedrijf minder hoeft te investeren, maar hij moet in het Plan van Aanpak wel duidelijk maken wat hij in de in de tussentijd wel gaat doen. Om na te kunnen gaan of deze Plannen van Aanpak iets voorstellen horen ze openbaar te zijn. Maar B&W stelde, heel merk­waardig, dat de stukken wel bestaan, maar ‘niet voorhanden zijn’. Een rare zaak, omdat het zeker was dat er bedrijven waren die gebruik hadden gemaakt van de Stoppersregeling. Maar het kan nog vreemder. Ook de bezwarencommissie van de gemeente Deurne was het met B&W eens. Leefmilieu moest dus samen met MOB naar de rechter om de gemeente Deurne te dwingen om de informatie openbaar te maken. Op 14 november 2017 kwam de uitspraak: onze jurist had helemaal gelijk. De stukken moeten openbaar gemaakt worden. Uiteindelijk heeft de gemeente Deurne dus alleen gezorgd voor een grote vertraging, maar misschien was dat ook wel de bedoeling.

Gelukkig zijn er ook gemeenten die wel gewoon de stukken sturen als erom gevraagd wordt. Zo reageerde de gemeente Horst aan de Maas wel direct met het sturen van de stukken van de stoppers in haar gemeente. Daar kennen ze hun wettelijke taken dus wel.

 

Lees hier de uitspraak van de rechter

 

.

Cover_WHO-Residential heating with wood and coalNovember 2017. Leefmilieu neemt deel aan het platform Houtrook en Gezondheid. Dit platform is opgericht op initiatief van de Rijksoverheid. Doel van het platform is om met alle betrokken partijen na te gaan hoe de overlast en gezondheidsschade door het stoken van hout voorkomen en/of verminderd kan worden. In het platform is het afgelopen jaar gewerkt in aparte werkgroepen, om te komen tot oplossingen. Vanuit Leefmilieu is deelgenomen aan de werkgroep Kennis en Normering. In die werkgroepen zijn tientallen alternatieven afgewogen en heeft Leefmilieu uiteindelijke de volgende top 5 ingebracht:

 

  • - Eisen stellen ter beperking van piekconcentratie van fijnstof
  • - Richtlijn Wereldgezondheidsorganisatie opvolgen: stookverbod in drukbevolkte
  •   gebieden en in het buitengebied alleen hoog rendementskachels.
  • - Richtlijnen ontwikkelen waardoor handhavers kunnen handhaven
  • - Eisen stellen aan de maximale geurconcentratie van houtrook
  • - Methoden ontwikkelen om de overlast te kunnen meten

 

De bovenstaande top 5 aanbevelingen zijn door Leefmilieu ingebracht en worden met alle andere aanbevelingen verder uitgewerkt. Het eindadvies wordt begin 2018 verwacht.

 

Meer over het platform op http://platformhoutrook.nl/

 

.

Mest kruiwagenNovember 2017. De Nederlandse veehouderijsector produceerde in 2015 ruim 76 miljoen ton mest. Per gram bevat mest miljoenen tot honderden miljoenen bacteriën, met daarbij nog virussen en parasieten. Van de risico’s van die virussen en parasieten is bijna niets bekend. Onderzoek concentreerde zich tot nu toe vooral op de ziekmakende bacteriën. Gelukkig zijn de meeste van die miljoenen bacteriën in mest niet ziekmakend, maar sommige zijn wel echt riskant en enkele daarvan zijn nu nader onderzocht. Het RIVM heeft gekeken wat er in de huidige wetenschap bekend is over de risico’s en dat blijkt niet veel te zijn. Slechts enkele bacteriën zijn ooit onderzocht en er zijn vrijwel geen studies die de risico’s kwantificeren. Dus eigenlijk weten we niets over de omvang van de risico’s. We weten een klein beetje over de risico’s van een keer zwemmen in vervuild water en dat risico op een infectie wordt geschat op 1% tot 10%. Er zijn nog geen onderzoeken gedaan in landen als Nederland, waar mensen en vee dicht op elkaar wonen. Kortom, het is hoog tijd voor een stevig Nederlands onderzoek naar de risico’s bij het uitrijden van mest, het wonen in de buurt van luchtwassers en mestverwerkers. We komen er anders, net als bij de Q-koorts, wel in de praktijk achter, maar dan is het natuurlijk te laat.

 

Lees voor meer informatie het hele RIVM rapport: Verkenning van de microbiologische risico’s van mest voor de gezondheid.

 

.

Paleis van Justitie ArnhemOp 24 november 2017 is de uitspraak van de rechtbank Arnhem gepubliceerd waarmee zij de omgevingsvergunning en maatwerkvoorschriften voor de biomassacentrale van Engie vernietigt. Doel van deze biomassacentrale is het verbranden van hout om daarmee warmte op te wekken. De rechtbank vond het onvoldoende duidelijk,  waarom de vergunning niet strenger was.  Het eerdere milieuonderzoek (het MER) en de eerder verleende vergunning stelden namelijk wel hogere eisen. Verder vond de rechtbank dat de werking van het bedrijf niet duidelijk genoeg was opgeschreven in de vergunning. MOB had tegen deze vergunning beroep ingesteld en heeft dus gelijk gekregen. Engie kan binnen 6 weken in beroep bij de Raad van State. Maar misschien kan het bedrijf beter afzien van een beroep, gezien de recente discussie over het bijstoken van hout. Hout verbanden levert namelijk heel veel CO2 en dat is slecht voor het klimaatprobleem. Met hetzelfde subsidiegeld kan beter gezocht worden naar echte oplossingen voor het klimaatprobleem.

 

Klik hier om de uitspraak van de rechtbank te lezen

 

UPDATE:

Op 25 november 2017 werd bekend dat de bouw van de geplande biomassacentrale in Nijmegen niet door gaat. Energiemaatschappij Engie heeft het plan afgeblazen nadat de milieuvergunning vernietigd was. Reden is ook dat er minder vraag is naar warmte voor het warmte net.

 

Lees meer op: https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/bouw-biomassacentrale-nijmegen-afgeblazen~abc0d0be/

 

.

29 september 2017. Laagfrequent geluid (LFG) ontregelt het leven van veel Nederlanders en veroorzaakt aanzienlijke gezondheidsschade. De bronnen van laagfrequent geluid zijn lastig te meten en soms blijft het helemaal onduidelijk waardoor de overlast veroorzaakt wordt. De afgelopen jaren heeft de vereniging Leefmilieu de meldingen van LFG in kaart gebracht, en meegewerkt aan initiatieven om laagfrequent geluid te meten. Ook is samengewerkt met anderen zoals de Stichting Laagfrequent Geluid en het RIVM. Het probleem is beslist nog niet opgelost, maar er zijn wel stappen gezet. Op 29 september hebben we in een publieksbijeenkomst in Amersfoort de stand van zaken op een rijtje gezetten en in kleinere groepen met elkaar doorgepraat over mogelijke vervolgstappen.

 

Aan de orde kwam onder meer hoe een meting van laagfrequent geluid in zijn werk gaat en wat de mogelijkheden zijn om zelf te meten. De richtlijn van de GGD over LFG is toegelicht we zijn ingegaan op de in kaart gebrachte meldingen. Veel mensen die geconfronteerd zijn met de overlast van laagfrequent geluid leggen een hele weg af in de aanpak van hun probleem. Mede met de inbreng van deze ervaringsdeskundigen is besproken hoe we samen het beste verder kunnen. Deze bijeenkomst is mede mogelijk gemaakt door de financiële ondersteuning van het voormalige Meldpunt Gezondheid en Milieu.

 

Bekijk hieronder de reeds beschikbare presentaties:
- Lies Jonkman (Stichting Laagfrequent Geluid): Meldingen van LFg en LFg+
- Annelike Dusseldorf (RIVM): Richtlijn ‘het horen van een bromtoon’
- Jan van Muijlwijk (Omgevingsdienst Groningen): Op zoek naar de bron van de brom

 

LFG bijeenkomst Amersfoort

 

 

Met haar uitspraak van 4 mei 2016 had de rechtbank Limburg de vereniging Leefmilieu niet-ontvankelijk verklaard in een zaak met betrekking tot een omgevingsvergunning van een pluimveehouderij in Kelpen-Oler, gemeente Leudal. Vereniging Leefmilieu heeft daarop hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.

In haar uitspraak van 5 juli 2017 had de Raad van State weinig woorden nodig, ze maakte korte metten met de uitspraak van de rechtbank Limburg. Ze verwees naar de statuten, de feitelijke werkzaamheden van de vereniging Leefmilieu en naar eerdere jurisprudentie om te concluderen dat Leefmilieu wel degelijk ontvankelijk is. Wij hoefden in dit geval niet eens extra informatie te verschaffen.

Het is een omstreden werkwijze van sommige (gemeente)besturen om milieugroepen in het defensief proberen te dringen door twijfel te uiten aan de ontvankelijkheid. Het is daarom de moeite waard om, als je wilt procederen bij de bestuursrechter, eerst de eigen statuten goed tegen het licht te houden en te zorgen dat je als groep meer doet dan juridische procedures. Dat zijn de zogenoemde feitelijke werkzaamheden waarvan in de uitspraak gesproken werd. Daarbij kun je denken aan voorlichting, bijeenkomsten organiseren, gesprekken met politici en ambtenaren en samenwerken met andere groepen. Zorg ervoor dat je deze activiteiten kunt aantonen met ontvangen en verzonden brieven, notulen van vergaderingen waar je hebt ingesproken, publicaties in de media enz.. Deze activiteiten moeten recent zijn, zo moet de organisatie bijvoorbeeld niet al meer dan een jaar niets gedaan hebben. Verder moeten de activiteiten ook een redelijke periode beslaan: de organisatie moet dus niet pas een paar maanden actief zijn. In ons geval blijken rechters vaak te volstaan met naar de website te kijken, maar dat zal enkel voldoende zijn indien de organisatie al jarenlang overduidelijk actief is. Mocht je organisatie toch niet-ontvankelijk worden verklaard, kan het de moeite waard zijn om in (hoger) beroep te gaan, mits aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan. Wie weet denkt de (hoger beroeps) rechter er toch anders over dan de gemeente of in ons geval de rechtbank. Voor de toekomst is de ontvankelijkheid dan beproefd en weet zeker waar je aan toe bent. De Rechtbank Limburg had in ons geval domweg haar huiswerk niet gedaan: de Raad van State had zich namelijk al eerder over dit punt uitgesproken, en de rechtbank heeft daar niets mee gedaan.

 

Lees hier de uitspraak van de RvS 201604472/1/A1

 

.

Alroy Nanlohy: Uitzicht op groenLeefmilieu werd in mei 2017 gevraagd om inbreng te leveren op het toekomstige groen beleid van de gemeente Nijmegen. De aanpak van de bijeenkomst daarvan was anders dan anders. Alle deelnemers hadden huiswerk gekregen: ze moesten een pitch houden. De opgave was om in 3 minuten één belangrijk punt voor het voetlicht te brengen en dat kort en krachtig te beargumenteren. Vervolgens werden dan in kleine groepen de voorstellen besproken. Je zou verwachten dat iedereen vervolgens alleen zijn eigen punt verder ging verdedigen, maar dat viel mee. De mensen die met groen bezig zijn bleken allemaal een brede blik te hebben.

 

Vanuit Leefmilieu brachten we, met meerdere deelnemers, drie punten in:

  • - Stimuleer particulieren en instellingen het goede voorbeeld van de gemeente te
       volgen en ook geen onkruid bestrijdingsmiddelen meer te gebruiken;
  • - Maak beleid voor de loslopende katten die grote schade toebrengen aan de vogelstand;
  • - Zorg voor uitzicht op groen.
  •  

Hoe voor de hand liggend dit laatste punt ook lijkt, bij de ontwikkeling van plannen voor groen wordt het uitzicht op groen meestal niet meegenomen. Uit onderzoek uit 2010 dat de vereniging Leefmilieu heeft gedaan aan de hand van dagboekjes, werd het uitzicht op groen als het belangrijkste punt genoemd. En niet alleen voor de mensen die niet gemakkelijk naar buiten kunnen. Iedereen vindt uitzicht op groen fijn. Een citaat uit het onderzoek: “Een boom voor het huis brengt vogels en jaargetijden dichterbij”. Of het nu vanuit een raam is of vanaf een bankje in een park: het uitzicht op bomen en planten maakt blij. Zaak is bij de ontwikkeling van groen dus wat verder te kijken dan de plattegrond en de beplanting, maar ook na te gaan wie uitzicht hebben of gaan krijgen op het groen.

 

Klik hier voor het boekje Groen maakt het leven mooier

 

.

Ewald KorevaarDe milieuwetgeving in Nederland is flink in beweging. Moesten er enkele jaren geleden milieuvergunningen op maat gemaakt worden voor bedrijven, op dit moment vallen de meeste bedrijven geheel of gedeeltelijk onder het Activiteitenbesluit. Dat betekent minder maatwerk, maar meer algemene regels. Niet altijd is dat een verbetering voor de omgeving. In ieder geval roept het vragen op zoals: stel dat een bedrijf het beter wil doen dan de algemene eisen in het Activiteitenbesluit, kan dat? Heb ik als omwonende nog wel dezelfde mogelijkheden om bezwaar te maken als het om algemene regels gaat? Wordt er wel voldoende rekening gehouden met de opstapeling van milieubelasting in de omgeving. Waar kan ik vinden aan welke eisen het bedrijf waar ik bij in de buurt woon, moet voldoen?

Ewald Korevaar van EWMilieu-advies uit Utrecht gaf op 2 juni 2017 een inleiding in het Activiteitenbesluit. Ewald Korevaar is een ervaren adviseur van milieu- en bewonersgroepen. Bij de bijeenkomst ging Ewald ook in op vragen van deelnemers.

 

Bekijk hier de presentatie van Ewald Korevaar

 

.

 

Raad van State entree17 mei 2017.  Leefmilieu heeft sinds 2015 een serie beroepszaken gestart bij de Afdeling bestuursrechtspraak over vergunningbesluiten die zijn gebaseerd op de PAS (Programma Aanpak Stikstof). Het uitgangspunt daarbij is dat de PAS in strijd is met de Europese habitatrichtlijn. Verder vormt volgens ons het PAS-beleid geen goede basis om de natuurschade door ammoniak uit de veehouderij aan te pakken. Met de PAS zijn we daar dan in 2080 (!) nog niet mee klaar. 

Om te weten of de PAS in strijd is met het Europees recht heeft de Raad van State besloten dat ze een nadere uitleg van de Europese Habitatrichtlijn nodig heeft. Die uitleg mag de Raad van State niet zelf bedenken, omdat die uitleg vervolgens geldt voor alle rechters van de Europese Unie. De raad van State legt daarom haar zogenoemde prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie in Luxemburg.

De PAS is een belangrijk stuk regelgeving omdat het de toestemming regelt voor activiteiten die stikstofneerslag veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Het gaat daarbij niet alleen om uitbreidingen van veehouderijen, maar ook om de bouw van nieuwe woonwijken en de aanleg van wegen.

De prejudiciële vragen gaan over twee verschillende kwesties. De ene kwestie is: mag de PAS op grond van de Europese Habitatrichtlijn worden gebruikt voor het verlenen van natuurvergunningen? De andere kwestie gaat over de vraag of er voor het weiden van vee en het bemesten van gronden, een natuurvergunning nodig is of niet.

Er zijn op dit moment meer dan 200 zaken bij de Raad van State in behandeling waarbij gesteld wordt dat de PAS niet deugt. De Raad van State gaat in deze zaken geen uitspraak doen en wacht af wat het antwoord van het Europese Hof is op de prejudiciële vragen. Ze heeft wel gevraagd om een spoedige behandeling.

Verder heeft de Raad van State een gebrek geconstateerd in de PAS. De Raad van State heeft daarom de minister en staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu gevraagd of ze in de tussentijd, op andere onderdelen dan de hierboven genoemde, de PAS al wil gaan toelichten en verbeteren. De Raad vond de onderbouwing van de PAS namelijk niet voldoende, omdat niet zeker is dat de PAS de ammoniakuitstoot zal terugdringen.

 

Meer informatie in de volgende uitspraken van de Raad van State:
- RvS_Uitspraak_201506170-1-R2_en meer
- RvS_Uitspraak_201600614-1-R2_en meer

.

Citaten over LFGApril 2017. Uit de meldingen van 2016 blijkt dat voor veel mensen de milieuoverlast doordringt tot in het huis wat vermijden ervan vrijwel onmogelijk maakt. Relaties en gezinnen komen onder grote spanning te staan als gevolg van de gezondheidsklachten en de uitzichtloosheid. Laag frequent geluid, elektromagnetische straling en luchtvervuiling (75% door houtstook) zijn de meest genoemde soorten overlast die hiervan de oorzaak zijn.
Bij pogingen om de milieuoverlast op te sporen en/of terug te dringen stuiten de melders vaak op onbegrip, blijkt gedegen meting van de overlast moeilijk te krijgen en ontbreekt het aan wet- en regelgeving om bronnen aan te pakken. Elke melding is een roep om hulp voor de persoonlijke situatie, omdat mensen werkelijk niet meer weten wat ze nog kunnen ondernemen. Erkenning van de problemen, goede meetmethoden voor persoonlijke situaties en wet- en regelgeving is hard nodig.
Per januari 2017 zijn we gestopt met de registratie van de klachten. Inmiddels zijn er verscheidene meldpunten waar klachten over specifieke milieuoverlast gemeld kunnen worden. En we willen onze capaciteit inzetten om de hierboven geschetste doelen (erkenning, kunnen meten, wet- en regelgeving) te bereiken.

 

Bekijk hier de Rapportage gezondheidsklachten door milieu 2016

 

 

.

Op veel plaatsen in Nederland wordt hout ingezet als brandstof voor de opwekking van elektriciteit en warmte. Maar de Tweede Kamer vindt dat de subsidie voor grootschalige bijstook van hout in kolencentrales moet worden stopgezet. Volgens de Tweede Kamer moet deze subsidie ingezet worden voor échte vormen van duurzame energie, zoals zon, windenergie en aardwarmte. De KNAW (Koninklijke Academie voor Wetenschappen) stelt dat de Nederlandse overheid de subsidie op houtstook moet staken. Houtstook levert geen klimaatwinst, integendeel. Pas na de kap en verbranding van hout worden bomen weer aangeplant (als deze al voldoende worden aangeplant). Het terugvangen van CO2 vindt dan pas over 25 tot 100 jaar later plaats. Zo wordt een zgn. koolstofschuld opgebouwd: de CO2 wordt eerst in de lucht gebracht en pas veel later vastgelegd. In plaats van nu hout te stoken moeten we eerst heel veel hout aanplanten en kunnen we over tientallen jaren, met beleid, het hout gaan kappen.

Om aan de doelstelling van het Nederlandse Energieakkoord in 2020 te voldoen is ca. 10 miljoen ton energiehout per jaar nodig. 90% van het energiehout dient geïmporteerd te worden. Dé voorraadschuur van energiehout (het zuid oosten van de VS) levert jaarlijks 20 tot 30 miljoen ton energiepellets. Enkele kleine landen (zoals Nederland) zouden daarmee in hun vraag (tot 2020) kunnen voorzien. Er is dus mondiaal te weinig hout om aan de brandstofvraag te voorzien. De druk om buiten deze bossen hout te kappen wordt daarmee groter. Hierdoor lopen ook oerbossen het risico  om gekapt te worden en omgezet te worden in houtakkers. Dat kan de bedoeling van de Nederlandse subsidie toch niet zijn.

In sommige situaties, zoals bij de biomassa centrale in Nijmegen is door Engie afgesproken dat alleen duurzaam gewonnen hout uit de regio (een straal van 100 km) gebruikt zal worden. Ook een Utrechtse initiatief gaat daarvan uit. De vraag is of er wel voldoende hout in Nederland beschikbaar is. En wat betekent het winnen van dit hout voor de biodiversiteit in onze bossen? Maarten Visschers van de Gelderse Natuur en Milieufederatie (GNMF) ging op 17 maart in op deze en andere vragen.

 

Klik hier om de presentatie van Maarten Visschers te bekijken

 

.

Februari 2016. Naar aanleiding van overlast van enkele inwoners heeft de gemeenteraad van Almere op 25 februari een motie aangenomen om de minister te vragen een norm te maken voor laagfrequent geluid. Op dit moment zijn er geen regels, waardoor laagfrequent geluid wettelijk niet Logo Raad Almereerkend wordt en gemeenten nauwelijks kunnen ingrijpen als er klachten over binnen komen. Veel mensen hebben last van laagfrequent geluid, dit blijkt ook ieder jaar weer uit de meldingen die daarover bij de vereniging Leefmilieu binnenkomen. De gemeente Almere is geïnspireerd door het voorbeeld van de gemeente Nijmegen die al eerder een dergelijk brief naar de minister stuurde. Het zou een goed idee zijn als in meer gemeenten het initiatief van Nijmegen en Almere zou worden overgenomen.

Klik hier om de motie te bekijken

 

.

10 augustus 2015. De tientallen beroepszaken die MOB en de vereniging Leefmilieu in Utrecht winnen over de natuurbeschermingswet worden uiteraard ook besproken in de media. Daarbij bagatelliseert de provincie Utrecht de uitspraken. Dat is nog wel te begrijpen, want niemand verliest graag. Maar daarbij vliegt de projectleider uit de bocht en stelt dat alle ten onrechte vergunningen waartegen Leefmilieu en MOB geen bezwaar hadden gemaakt toch maar mooi definitief zijn geworden.

Citaat uit Nieuwe Oogst van 24 juli 2015: “Van een mislukking van de depositiebank wil de projectleider niet spreken. ‘Sinds 2011 zijn er voor ongeveer 350 bedrijven met saldo uit de depositiebank uitbreidingen mogelijk gemaakt waarvoor onherroepelijke vergunningen gelden.’ Provincie Utrecht heeft in haar stikstofbeleid in totaal 1.200 onherroepelijke vergunningen verleend, met en zonder de depositiebank. De recente uitspraak van de Raad van State heeft hier geen invloed op. 'Het Utrechtse beleid heeft daarmee voor een groot aantal bedrijven uitbreidingen mogelijk gemaakt', aldus Van de Poll.

Het lijkt erop dat de natuurbeschermingsvergunningen voor de provincie Utrecht meer een middel zijn geweest om uitbreidingen van bedrijven mogelijk te maken, dan een middel om de natuur te beschermen. Deze praktijk vraagt wel om een onderzoek.En mocht u zich afvragen, wie ziet er eigenlijk toe op een goede vergunningverlening? Het antwoord is niemand. Dus als wij als vereniging samen met MOB geen beroep hadden ingesteld dan was dit niet eens aan het licht gekomen.

Wij zijn boos over de bovengenoemde uitspraken in de media en daarom er is namens MOB en Leefmilieu hierover een brief naar de Provinciale Staten van Utrecht gestuurd.

Klik hier om de brief te lezen.

 

.

Atalata van opzij op klimop15 juli 2015. Zoals bekend hebben we in Nederland een zeer groot aantal landbouwhuisdieren, meer dan enig ander land in Europa. De door deze dieren veroorzaakte mest geeft grote natuurschade door de ammoniakemissies. Om te zorgen dat de natuur beschermd wordt, krijgen veehouders een natuurbeschermingswetvergunning om de ammoniakuitstoot te reguleren. De provincies verlenen dergelijke vergunningen. In Utrecht had de provincie daarvoor een banksysteem bedacht: de toename van de emissie van ammoniak bij bedrijfsuitbreidingen kan door die bank gecompenseerd worden door de afname van emissies ten gevolge van bedrijfssluitingen op een andere plek. De vereniging Leefmilieu en MOB waren het met de opzet van deze bank oneens en gingen in beroep bij de Raad van State. Op veel punten was de Raad van State het met onze bezwaren eens. De provincie Utrecht stelde dat de bank gestart was op 12 juli 2010, maar de provincie kon dat volgens de Raad van State niet hard maken. Op 12 juli 2010 was er hooguit sprake van vage plannen. Omdat er wel ingetrokken vergunningen uit 2010 in de bank werden opgenomen, heeft de bank ‘onechte emissies’ als positief saldo geboekt. Ook werden er vergunningen verleend zonder dat duidelijk werd welke ingetrokken vergunning daar tegenover stond. De ingebrachte stakende bedrijven waren niet controleerbaar. Bovendien was door deze aanpak van de provincie Utrecht niet uit te sluiten dat lokaal de natuur zou worden aangetast.

Deze uitspraak volgt op eerdere vernietigende uitspraken over salderingsbanken in de provincies Noord Brabant en Gelderland. Utrecht was de laatste provincie die een salderingsbank in stand wilde houden. Deze uitspraak is ook van belang vanwege de PAS. Immers, de salderingsbank is in essentie identiek aan de werksystematiek van de PAS.

De uitspraak van 15 juli 2015 raakt veel van de beroepen die door ons zijn ingesteld.

Klik hier om de uitspraak te lezen.

 

.

15 juli 2015. Leefmilieu en MOB hebben in Utrecht tegen talloze uitbreidingen van de intensieve veehouderij bezwaar aangetekend vanwege de manier waarop de Natuurbeschermingswetvergunningen zijn verleend. De provincie Utrecht vond dat alle stikstoftoenames onder de grens van 0,051 mol N/ha/jr zonder beperking vergund konden worden. Dat werd door Leefmilieu en MOB met kracht weersproken, omdat daarmee het merendeel van de deposities zijn gemoeid. Deze redenatie van de provincie is nu van tafel met deze gewonnen beroepszaken bij de Raad van State. De stikstoftoenames moeten, ook volgens de Raad van State, in alle gevallen getoetst worden op hun effecten voor de natuur. De provincie Utrecht krijgt 6 maanden de tijd om wel een juist besluit te nemen.

Alleen als er een zitting is geweest publiceert de Raad van State de uitspraak. In alle overige gelijkluidende gevallen is er geen zitting en wordt er alleen een brief gestuurd, waarin naar de eerdere uitspraak wordt verwezen. Dus lang niet van alle zaken die we gewonnen hebben zijn de uitspraken op internet te vinden.

Lees hier de uitspraak van de Raad van State waarin deze beslissing uitgebreid wordt toegelicht.

 

.