Home

Op 12 april 2019 werd op het provinciehuis in Arnhem het onderzoek gepresenteerd naar bestrijdingsmiddelen bij veeteeltbedrijven. Van in totaal 24 veeteeltbedrijven in Gelderland waren monsters  genomen van krachtvoer, mest en bodem. In de monsters werden 134 verschillende insecticiden, fungiciden, herbiciden en biociden gevonden. Deze stoffen waren voor een deel bewust toegediend aan het vee zoals bijvoorbeeld een middel tegen wormen. Voor een ander deel kwamen ze ongemerkt en ongewild mee met het stro en het krachtvoer. De grondstoffen van het krachtvoer, zoals tarwe en mais komen meestal uit het buitenland. Op die manier komen ook de, in die landen gebruikte, bestrijdingsmiddelen in het krachtvoer terecht.
In het onderzoek bleek dat ook bij de biologische bedrijven bestrijdingsmiddelen werden aangetroffen in de monsters, al ging het daarbij wel om aanzienlijk lagere aantallen.
Veel van de aangetroffen bestrijdingsmiddelen zijn giftig voor insecten. Voor veel insecten is koeienpoep een belangrijke voedingsbron. Als er teveel gif in de poep zit dan zullen de insecten daarop niet kunnen leven en hebben de weidevogels op hun beurt weer te weinig eten. Verder blijven veel van de bestrijdingsmiddelen en hun afbraakproducten lang in het milieu en vervuilen zo bodem en water.
Dit onderzoek is gedaan door enkele kleine organisaties en geeft aanleiding tot veel vragen en de roep om vervolgonderzoek. Op enkele punten zijn verbeteringen eenvoudig: de leveranciers van krachtvoer kunnen bijvoorbeeld al direct openbaar maken hoeveel bestrijdingsmiddelen er in hun voer zitten. Nu verschuilen ze zich achter de toegestane limieten en geven die getallen niet.

 

Lees hier het hele onderzoek.

Lees hier meer over het belang van poep in de natuur.

 

Bijeenkomst weidevogels en bestrijdingsmiddelen

 

.

Onderwerpen: