Aan welke wettelijke vereisten moet het bedrijf voldoen ten aanzien van bodem/water bescherming, uitgaande van hout dat gecertificeerd is?
Locatie: Gelderland
Behandeld: najaar 2005
Vraag:
Aan welke wettelijke vereisten moet het bedrijf voldoen ten aanzien van bodem/water bescherming, uitgaande van hout dat gecertificeerd is?
Inleiding:
Het bedrijf is een import- en handelsbedrijf in tuinhout. Het bedrijf heeft sinds 1993 een overslagterrein voor geÔmpregneerd hout in Gelderland. Voor dit bedrijf zat er een betoncentrale op de locatie. De locatie ligt tegen het Twentekanaal. Het terrein ligt in de ecologische hoofdstructuur. Het bestemmingsplan spreekt van een bestemming Agrarisch gebied met visueel-ruimtelijke en/of cultuurhistrorische waarden. Een poging van de Provincie om het bedrijf te verplaatsen is op niets uitgelopen. Het bedrijf heeft zelfs plannen voor uitbreiding. Omwonenden vragen zich af hoe het zit met de bodemvervuiling door de jarenlange lozing. De opslag van het geÔmpregneerd hout is op een verhard terrein in de open lucht. De laatste tijd wordt het enigszins afgedekt. Het hout is gecertificeerd, maar het is onduidelijk wat dit nu bekent voor eventuele bodembeschermende maatregelen.
Antwoord:
Het bedrijf valt onder het BESLUIT BOUW- EN HOUTBEDRIJVEN In dit besluit staat in paragraaf 2.3 artikel 2.3.2 ’Hout dat buiten de inrichting is verduurzaamd, dat niet is voorzien van een kwaliteitsverklaring, afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie erkende instelling of een ten minste gelijkwaardige instelling, is zodanig opgeslagen dat het permanent tegen regen en andere vormen van neerslag is beschermd.’ In het geval van dit bedrijf zou er dus geen overkapping of iets dergelijks nodig zijn, er vanuit gaande dat er inderdaad wel alleen gecertificeerd hout opgeslagen ligt. Over een vloeistofdichte vloer wordt in dit artikel sowieso niet gesproken. ECHTER In artikel 1.7 van het Besluit Bouw- en houtbedrijven wordt wel gesteld dat ’een bodembeschermende voorziening of maatregel voldoet aan bodemrisicocategorie A zoals gedefinieerd in de NRB (Nationale Richtlijn Bodembescherming).’ Met dit artikel wordt de NRB dus van toepassing verklaard voor het bedrijf! NATIONALE RICHTLIJN BODEMBESCHERMING
(NRB) Bodemrisicocategorie A houdt in een verwaarloosbaar bodemrisico. Het uitgangspunt van de NRB is dat ’voor bedrijfsmatige activiteiten een verwaarloosbaar bodemrisico (bodemrisicocategorie A) wordt bewerkstelligd’. Het is de verplichting van het bedrijf om een bodemrisicoanalyse uit te voeren om te bepalen in welke bodemrisicocategorie het bedrijf valt en hoe bodemrisicocategorie bereikt kan worden.
Voor het bestaande bedrijf moet er dus een bodemrisicoanalyse voorhanden zijn. De inschatting van de uitloging van het hout zal hierin een zeer belangrijk onderwerp zijn. Voor zover bekend is er geen certificaat dat garandeert dat er geen uitloging plaatsvindt. De certificaten beschrijven met name de wijze van impregneren. Kunnen er ook eisen gesteld worden aan bestaande bedrijfssituatie?
Als de bestaande bedrijfssituatie wel voldoet aan de vigerende milieuvergunningvoorschriften, maar niet het op basis van de NRB vereiste niveau (in dit geval bodemrisicocategorie A) van milieubescherming heeft, kan het bevoegd gezag aanvullende voorschriften aan de milieuvergunning verbinden. Dit geldt dus ook voor bodembeschermende voorzieningen en maatregelen. (NRB deel A2 Bodembescherming en de NRB, blz 6, onderdeel c). Ook aan een bedrijf dat onder het Besluit Bouw- en houtbedrijven valt, kunnen nadere eisen gesteld worden ter bescherming van de bodem. Dat staat beschreven in artikel 5 lid 1 van het besluit.
Conclusies:
Het bedrijf moet een bodemrisicoanalyse gemaakt hebben; deze moet beschikbaar zijn bij bevoegd gezag (de Gemeente)
- Als uit de analyse blijkt dat bodemrisicocategorie A nog niet bereikt is, kan bevoegd gezag nadere eisen stellen (bijvoorbeeld een overkapping of vloeistofdichte vloer)
- Voor zover bekend is er geen certificaat dat garandeerd dat uiloging van geïmpregneerd hout niet plaatsvindt; de certificaten beschrijven de wijze van impregneren en de gebruikte middelen.
|