|
Locatie: Gelderland
Behandeld: Zomer 2005
 |
| Foto: Toine van Bergen |
Achtergrond:
Een plaatselijke vereniging heeft het Burgernetwerk Leefmilieu om ondersteuning bij de grondwatersanering van een stort gevraagd. De vergunning van het stort dateert van 13 november 1995 en is bijna verlopen. Volgens de voorschriften in de vergunning dient er een damwand rond het stort geplaatst te worden. Doel van de damwand is om verdere verspreiding van de grondwaterverontreiniging te voorkomen. Tevens dient er volgens de vergunning een onderbemaling plaats te vinden om de grondwaterverontreiniging op de plaats te houden Vervolgens wordt door grondwaterontrekking de vervuiling verwijderd. In de afgelopen tien jaar is de vergunning niet gehandhaafd. De damwand is nog steeds niet gerealiseerd. De provincie Gelderland wilde het betreffende voorschrift door een tussentijdse wijziging uit de vergunning schrappen. Tegen deze wijziging en het uitblijven van handhaving is door de vereniging beroep bij de Raad van State aangetekend.
Vragen:
De algemene vraag was een second opinion van een deskundige over het monitorings- en saneringsonderzoek. Uit deze algemene vraag kwamen de volgende vragen naar voren:
- Heeft de vuiltong van het stort zich al tot buiten het bedrijfsterrein verspreid? De chloride concentratie/ norm die is gehanteerd om de vuiltong in te kaderen is te hoog. De omvang van de vuiltong valt hierdoor te klein uit. Zie figuren 2.6 t/m 2.12, pagina 33 van het rapport ëStap A: gevalsbeschrijvingí (6-2-2002 ).
- Is de modellering van de verspreiding van de vuiltong in de tijd correct uitgevoerd (ijking, inputgegevens)? Hoe is de kwaliteit van de computersimulatie?
- Mag de verticale verspreiding naar het diepere grondwater wel onbeperkt plaatsvinden? Hoe groot is de verticale verplaatsingssnelheid?
- De provinciale overheid heeft de vergunning in de afgelopen tien jaar niet gehandhaafd. In de oude vergunning staat aangegeven dat er een damwand rond het stort zou worden gerealiseerd. Dit is niet gebeurd. Wat zijn de juridische consequenties hiervan?
- De laatste drie jaar zijn er geen monitoringsgegevens van de verspreiding van de vuiltong. Dienen deze niet betrokken te worden bij de nieuwe vergunning?
- Welke overige opmerkingen zijn er te maken over het saneringsonderzoek uit 2002 en de nieuwe milieuvergunning dd 25-2-2005?
Antwoord
Om de noodzaak van grondwatersanering aan te tonen heeft het Burgernetwerk een geohydroloog gezocht en ingeschakeld. De deskundige heeft het saneringsonderzoek en de jaarlijkse monitoringsonderzoeken beoordeeld. Het belangrijkste was dat uit de monitoring blijkt dat de vuiltong zich buiten het bedrijfsterrein bevindt. De grondwatermetingen wijzen uit dat de vuiltong wel de bedrijfsgrens heeft gepasseerd. De deskundige heeft geconcludeerd dat het grond-waterstromingsmodel te optimistisch is uitgevoerd. Hiermee is de noodzaak tot sanering aangetoond. Verder:
- Er is geen onafhankelijke second opinion bij de stukken. Niet duidelijk is of het grondwaterstromingsmodel objectief geijkt is en of de overige inputgegevens juist zijn toegepast. De modellering is zeer specialistisch werk.
- Indien benedenstrooms in de toekomst grondwaterontrekkingen plaatsvinden (bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein), zal de vuilpluim zich toch verder buiten het terrein van de stortplaats verplaatsen.
- De grondwaterverontreiniging verspreidt zich langzaam in verticale richting naar het diepere grondwater.
- Uit de figuren 2.6 t/m 12 op pagina 33 van rapport ëStap A: Gevalsbeschrijvingí (6 februari 2002) blijkt dat er de grondwaterverontreinigingen van zink en chloride zich in 2001 reeds buiten het bedrijfsterrein hadden verplaatst. Hieruit blijkt wel een saneringsnoodzaak. In de afgelopen drie jaar is kennelijk niet meer gemeten. Dit had wel moeten gebeuren om een beter beeld te krijgen van de huidige verplaatsing. Het peilbuizennetwerk had ook verder benedenstrooms moeten worden uitgebreid om de verplaatsing naar buiten het bedrijfsterrein te monitoren
Vervolg:
De omwonenden hebben een bezwaar tegen de nieuwe milieuvergunning ingediend bij de Raad van State. De bureaustudie van de geohydroloog is opgenomen in de pleitnotitie. De geohydroloog heeft als getuigedeskundige de Vereniging bijgestaan bij de zitting bij de beroepszaak.
Tijdens de zitting (22 augustus 2005) kwam naar voren dat de Raad van State grote bedenkingen had tegen de tussentijdse wijziging van de vergunning. De Raad van State heeft de tussentijdse wijziging van de vergunning vernietigd. In de wijziging wilde de provincie het voorschrift van de damwand uit de vergunning schrappen. De inzet van de geohydroloog heeft ertoe bijgedragen dat de Vereniging een sterke onderhandelingspositie heeft opgebouwd richting eigenaar van het stort en vergunningverlener en handhaver provincie Gelderland. De Vereniging wordt nog steeds vanuit de Gelderse MilieuFederatie ondersteund..
|