In welke fase zit de bestemmingsplanwijziging voor de kantoortoren voor mijn deur,
en wat is dan juridisch nog mogelijk?
Locatie: Rotterdam
Behandeld: Winter 2005
Inleiding:
De vraag betreft een geplande parkeergarage annex kantoortoren. Op basis van het huidige bestemmingsplan en de daarin vastgelegde parkeernorm is exploitatie van een gebouw van de omvang van de toren niet mogelijk. Bovengronds parkeren is de oplossing, maar daar is bij de totstandkoming van het bestemmingsplan juist van afgezien. Ook het vastgestelde Hoogbouwbeleid 2000-2010 maakt het bouwen van een bovengrondse parkeergarage pal aan het water onmogelijk. De Gemeente introduceert de mogelijkheid om de parkeergarage te gebruiken als openbare parkeervoorziening om zodoende de vrijstelling te legitimeren. De vrag is in welke fase de bestemmingsplanwijziging zit en wat dan juridisch nog mogelijk is?
Antwoord:
Het bestemmingsplan en vrijstellingsprocedure:
In het concept-vrijstellingsbesluit wordt aangegeven dat vrijstelling is verzocht op grond van artikel 19 WRO. Dit artikel omvat 3 verschillende procedures en het concept vrijstellingsbesluit maakt niet duidelijk welke procedure gevolgd zal worden. Aangezien er sprake is van een geplande bouw van een kantoortoren (met inpandige parkeergarage) van circa 40.000 m2, zal de Gemeente de zelfstandige projectprocedure dienen te volgen op grond van artikel 19 lid 1 WRO. Hierdoor is de Gemeente verplicht een verklaring van geen bezwaar te verkrijgen van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland, alvorens zij de vrijstelling verleend. Het bestemmingsplan waarvoor de vrijstelling wordt verzocht is meer dan 10 jaar oud. Dit betekent, op grond van artikel 19 lid 4 WRO en Artikel 33 WRO , dat slechts een vrijstelling kan worden verleend, indien een voorbereidingsbesluit geldt of een ontwerp van een herziening van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd.
Voor de geplande locatie van de toren geldt ten tijde van de aanvraag geen voorbereidingsbesluit en tot op heden is geen herziening van het bestemmingsplan ter inzage gelegd. De Gemeente mag de vrijstelling niet motiveren door gebruikt te maken van een ìruimtelijke onderbouwingî, zoals zij nu blijkens het concept-vrijstellingsbesluit doet. Op basis van de huidige motivering mag de vrijstelling in principe niet worden verleend.
Advies
Er is een groot aantal aandachtspunten geformuleerd, waarvan hieronder enkele opgesomd worden, omdat deze ook voor andere vergelijkbare rapporten van toepassing (kunnen) zijn:
- Zeezoutaftrek:
- De correctie van 6 voor zeezout is omstreden. Het is zeer de vraag de zeezoutcorrectie niet in strijd is met de Europese richtlijnen. Als een dergelijke correctie nodig zou zijn dan zouden toch ook bijvoorbeeld landen als Ierland en Engeland een dergelijke correctie toe moeten passen. Voor zover ons bekend gebeurt dat niet. Het is zeer de vraag of deze correctie stand zal houden tijdens een eventuele Raad van State procedure.
- Autonome reductie:
- In het rapport wordt een aanname gedaan voor de autonome reductie, die nogal optimistisch is. Dit gebeurt vaker in dergelijke rapporten; wat dan gebeurt is dat men zich al rijk rekent met voorgenomen maatregelen, waarvan de uitvoering nog moet plaatsvinden en het resultaat nog moet blijken.
- Achtergrondconcentraties:
- Het is van groot belang om kritisch te kijken naar de totstandkoming van achtergrondconcentraties; kloppen de aannames, voldoen metingen aan de ëDochterrichtlijn/meetregelingí, zijn er voldoende meetgegevens gebruikt, etc? Men verwacht in het rapport een ongefundeerde verbetering van circa 15% relatief. Dit is niet erg realistisch.
- Verkeersvoorspellingen:
- Zeer belangrijk in luchtkwaliteitsrapporten zijn de gebruikte verkeersvoorspellingen. Het is belangrijk kritische vragen te stellen over dergelijke voorspellingen. De toename van de luchtverontreiniging rond de toren wordt daarbij te laag ingeschat vanwege het aantal starts van voertuigen en de vele optrekbewegingen
- Effect van maatregelen:
- Vaak worden in rapporten maatregelen genoemd die de luchtkwaliteit (plaatselijk) zullen verbeteren. De effecten van dergelijke maatregelen zijn vaak te bediscussiÎren, dus ook hiervoor is aandacht vereist. Zoals in het rapport gesteld wordt dat het realiseren van maatregelen bij de industrie door toepassing van de NeR, BEES en het BVAî de luchtkwaliteit zullen verbeteren. De NeR is recent vernieuwd. De NOx emissienormen in paragraaf 3.2.4 van de NeR zijn bijzonder vaag en zullen daardoor niet of nauwelijks bijdragen aan vermindering van emissies van de doelgroep. Het BEES(A) is niet aangescherpt omdat de NOx handel hiervoor in de plaats komt.
Deze aandachtspunten geven een kleine handreiking om kritisch naar luchtkwaliteitsrapporten te kijken. Elk rapport is echter anders en zal grondig bestudeerd moeten worden om een goed oordeel te kunnen geven over de kwaliteit ervan.
Conclusies deskundige
NO2
Het rapport schetst voor NO2 een te rooskleurig beeld van de situaties voor 2010 en 2015. De verwachte verbetering voor de periode 2005-1010 van circa 15% is ongefundeerd en niet erg realistisch. Onze conclusie is dat verwacht mag worden dat de huidige overschrijding van het jaar-gemiddelde van 46 microgram/m3 (bij een norm van 40 microgram/m3) in het onderzochte gebied in 2010 nog steeds zal voortduren als gevolg van (1) minder verbetering van de achtergrondconcentratie dan in het rapport is aangenomen, (2) de autonome groei van het verkeer ook zonder de toren, en (3) de verkeersaantrekkende werking als gevolg van de realisatie van de toren. Ook zonder de toren is er voor NO2 sprake van een saneringssituatie. De eventuele realisatie van de toren zal de urgentie van de saneringssituatie nog versterken.
Fijnstof (PM)
Uit het rapport blijkt dat de huidige lichte maximaal toegestane overschrijdingsdagen met circa 20% toe gaat nemen als gevolg van (1) een verdere verslechtering van de achtergrondsituatie, en (2) de autonome groei van het verkeer ook zonder de toren, en (3) de verkeersaantrekkende werking als gevolg van de realisatie van de toren. Ook zonder de toren is er voor fijnstof (PM10) sprake van een saneringssituatie.
De realisatie van de toren zal de urgentie van de saneringssituatie alleen nog maar gaan versterken. Qua luchtkwaliteit is de bouw van de toren op de huidige locatie een ongewenste ontwikkeling, die strijdig is met het Besluit luchtkwaliteit en hieraan gerelateerde Europese wetgeving. In plaats van een toename van het verkeer is op deze locatie een forse afname van het gemotoriseerde verkeer nodig om in 2010 aan de luchtkwaliteitsnormen te kunnen voldoen. De huidige situatie voldoet al niet aan de minimum luchtkwaliteitsnormen van het Besluit luchtkwaliteit.
|