Home

>> overzicht van vragen >> vragen over Wet- en regelgeving >>


Wat is de jurisprudentie over het oprichten van een biovergistingsinstallatie?

Zuid Holland, voorjaar 2007


Achtergrond:
In een gemeente bevindt zich een landbouwbedrijf annex (intensieve)veehouderij, 60 ha groot. Dit bedrijf wil een biomassavergistingsinstallatie oprichten achter de huidige boerderij. Het betreft een installatie van 2 MW. Er dienen daartoe 6 vergisters, doorsnee 25 meter en max. hoogte 8 meter, een verwerkingsloods van 30x50 meter en een hoogte van 12 meter en diverse bijgebouwen opgericht te worden. De maximale capaciteit van de installatie bedraagt 25000 ton biomassa per jaar, bestaande uit energiemaïs met (eigen) kalvermest en overige hulpstoffen. Teneinde genoeg energiemaïs te verkrijgen dient de ondernemer jaarlijks ca. 300 ha. ’losse’ landbouwgronden bij te huren in de omliggende streek.

Het college van B&W wil medewerking verlenen aan het plan, de gemeenteraad plaatst vooralsnog vraagtekens over de locatie. Het overgrote deel van de bevolking in de directe omgeving heeft ernstige bezwaren, zowel verkeerstechnisch als landschappelijk als met betrekking tot de vraag of het hier wel zou gaan om een agrarische nevenactiviteit. Verkeerstechnisch is het grootste struikelblok dat enkele duizenden maïstransporten, alsmede de transporten van het digestaat (afvalproduct) over smalle dijkwegen dwars door de dorpskernen zullen plaatsvinden. Dat brengt de nodige overlast, ook met betrekking tot de verkeersveiligheid.

De opgerichte bewonersgroep is niet tegen een biomassavergistingsinstallatie annex ’groene’ stroom an sich, echter het gaat hen veel te ver om een dergelijke installatie midden in een open polder van het Nationaal Landschap Hoeksche Waard op te richten. Vooral omdat zij van mening is dat de installatie nauwelijks een binding heeft met het bestaande boerenbedrijf. De grondstoffen (energiemais) worden immers in overgrote meerderheid van buiten het bedrijf ingevoerd, terwijl het afvalproduct in overgrote meerderheid naar buiten het bedrijf wordt afgevoerd, namelijk naar de landerijen van de energiemais. Zij zijn van mening dat een dergelijke installatie op een industrieterrein thuishoort, waar eventueel latere uitbreiding tot de mogelijkheden behoort en waar de infrastructuur berekend is op zo veel vervoer. Een dergelijke locatie heeft niet de voorkeur van het betrokken bedrijf.





Antwoord

Op de site van de Raad van State zijn uitspraken (jurisprudentie) te vinden die te maken hebben met de milieugevolgen van biovergistingsinstallaties. Elk beroep staat uiteraard op zichzelf en een uitspraak geldt dus nooit automatisch voor een andere situatie. Ondersteuning van een milieujurist is dus altijd aan te bevelen om de specifieke situatie te beoordelen en indien gewenst aan te vechten.

Bronnen:
Zoeken in jurisprudentie op de website van de Raad van State
Stichting Milieurechtsbijstand.





terug naar overzicht van vragen >>






Onderwerpen:

Follow us on: