Milieuproblemen buiten de stad rukken op: luchtvervuiling door fijn stof en micro-organismen zoals de Q-koorts. Op verzoek van bewonersgroepen in het buitengebied houdt de vereniging Leefmilieu er zich de laatste jaren steeds meer mee bezig.
25 januari overlegt commissie Tweede Kamer over megastallen
Op woensdag 25 januari 2012 wordt door de commissie van de Tweede Kamer overlegd over megastallen.
De bijeenkomst is van 13:00 tot 15:00 uur in Den Haag in de Thorbeckezaal van de Tweede Kamer.
Gepraat wordt onder andere over de 2e Voortgangsrapportage Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij, de rapportage van de maatschappelijke dialoog over megastallen en de kabinetsreactie op de rapporten van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over productierechten en omvang veestapel.
Deze bijeenkomst is openbaar. Als je tijd hebt ga dan naar Den Haag of stuur anders een brief zoals een lid van onze werkgroep deed.
Bekijk hier deze voorbeeldbrief.
Bijeenkomst 23 november 2011: Stop de Stank in Deurne
170 inwoners van Deurne waren op 23 november 2011 naar de informatie-bijeenkomst gekomen over ‘Volksgezondheid en Intensieve Veehouderij’, georganiseerd door de vereniging Stop de Stank. Deze groep die net een jaar bestaat, heeft al op allerlei manieren van zich doen spreken
met acties gericht op de lokale politiek. Het symbool dat ze daarbij gebruiken is heel toepasselijk de wasknijper en, niet verbazend, het probleem waar ze aandacht voor vragen is de stank. Deurne wordt omgegeven door het grootste Nederlandse LOG, dat Deurne als een hoefijzer omklemd en dat 1500 hectare (3000 voetbalvelden) groot is.
Op de bijeenkomst op 23 november waren een huisarts, dierenarts, GGD-er, wethouder en vertegenwoordiger van de (varkens)boeren uitgenodigd om kort op een rijtje hoe ze tegen de zaak aankijken. De discussieleiding was in hand van Marga Jacobs, voorzitter van Leefmilieu. De sprekers hielden verhalen die varieerden van niets aan de hand, we doen al heel veel, Henk Raaymakers van ZLTO, die de boeren vertegenwoordigde, tot een stevig verhaal van Loes Geelen van de GGD die wees op alle risico’s voor de volksgezondheid. De aanwezigen waren voornamelijk burgers en een groep boeren die zich schaarden achter hun ZLTO-voorman. De spanningen in de zaal liepen soms hoog op. Veel burgers voelden zich door de politiek, op de bijeenkomst vertegenwoordigd door wethouder Ragetli, in de steek gelaten, vooral omdat er steeds meer bedrijven bij komen. De komst van een nieuw bedrijf van 15.000 varkens plus een mestfabriek wordt voorbereid. Een vrouw deed een hartstochtelijk verzoek aan de artsen om haar te vertellen hoe ze haar kinderen kon beschermen tegen de gezondheidsrisico’s van de intensieve veehouderij, moest ze lucht filters aanschaffen of gaan verhuizen? Op deze heldere vraag kwam echter geen helder antwoord. Het gaf echter de spanningen bij de aanwezigen wel heel goed weer.

Van Links naar rechts op de foto: Jasper Ragetli (wethouder),
Marga Jacobs (discussieleider),
Henk Raaymakers (ZLTO),
Jan Flameling (dierenarts),
Jan Hoevenaars (huisarts).
Loes Geelen (GGD).
De risico’s van mensen die wonen tussen veehouderijen
Op 21 september waren ruim 200 mensen naar het provinciehuis in Den Bosch gekomen voor het onderwerp zoönosen. Zoönosen zijn ziekten die van dieren naar mensen kunnen overspringen, zoals bijvoorbeeld de Q-koorts. Verder kunnen, door het grote gebruik van antibiotica in de veehouderij, dieren bacteriën met zich mee dragen die resistent geworden zijn. Als mensen zo’n ziekte dan krijgen zijn ze niet of heel moeilijk te behandelen omdat de geneesmiddelen niet meer werken. In Den Bosch kwamen in een veelheid van presentaties alle facetten van het vraagstuk aan de orde. De locatie van het symposium was niet toevallig: in Brabant wonen 2,5 miljoen mensen tussen ruim 32 miljoen dieren. De sprekers schuwden het dan ook niet om de vinger stevig op de zere plek te leggen, met de volgende voorbeelden:
- Dierenartsen schrijven verboden middelen voor of geven medicijnen voor situaties waarvoor ze niet bedoeld zijn;
- Boeren gebruiken hun luchtwassers verkeerd of zetten ze bijvoorbeeld in het weekend uit;
- Artsen zijn (nog) niet opgeleid om de zoönosen te herkennen.
Het onderzoek naar de risico’s van de intensieve veehouderij staat nog in de kinderschoenen. De sprekers zagen de oplossing vooral in handhaving door de overheid. Handhaving om er voor te zorgen dat de regels, die er al zijn, uitgevoerd worden. Daarnaast moet het antibioticagebruik teruggedrongen worden. De dierenartsen zagen hiervoor wel mogelijkheden maar dan moet er ook veel verbeteren aan de voer- en stalcondities van de dieren. Het antibioticagebruik blijkt dus in de huidige situatie rechtstreeks samen te hangen met een slechte zorg voor de dieren.
De presentaties van de lezingen zijn te vinden op de website
http://brabantskennisnetwerkzoonosen.nl.
Van de werkgroep Leefbaar Buitengebied namen 9 leden aan het symposium deel. Hebt u ook belangstelling voor de activiteiten van deze werkgroep neem dan contact op door een mailtje te sturen naar burgernetwerk@leefmilieu.nl
Natuurvergunning voor veebedrijven toch verplicht
Alle veebedrijven die in de omgeving van natuurgebieden liggen moeten een vergunning hebben in het kader van de natuurbeschermingswet. De crisis- en herstelwet had veebedrijven van deze verplichting vrijgesteld, maar de Raad van State heeft op 7 september 2011 geoordeeld dat deze vrijstelling onrechtmatig was. Op basis van de Europese regelgeving moeten alle veebedrijven een natuurvergunning hebben, daarbij moet niet alleen gekeken worden naar de uitbreiding van het bedrijf, maar moeten de effecten van het hele bedrijf op de natuurgebieden bekeken worden.
Bekijk hier de uitspraak van de Raad van State.
Zienswijzen ingediend tegen Gelderse Verordening Stikstof
De vereniging heeft zienswijzen ingediend tegen de Gelderse Verordening Stikstof omdat de provincie Gelderland met deze verordening de kop in het zand steekt voor het grootste probleem van de veehouderij: de te grote veestapel die vanaf 2015 weer ongeremd kan gaan groeien omdat vanaf dat moment de wettelijke plafonds niet meer gelden. Valentijn Wösten, van Wösten Juridisch Advies, heeft voor Leefmilieu en MOB de zienswijzen ingediend.
De provincie gaat ervan uit dat stikstof dichtbij de bedrijven neer slaat, maar dat klopt niet: op 10 km van een bedrijf is pas een derde van de stikstof neergeslagen. Er is feitelijk sprake van een deken van stikstof depositie (depositie = neerslag) in die gebieden waar veel intensieve veehouderij is. Omdat lang niet alle politici dit weten en daardoor misschien verkeerde beslissingen nemen is deze uitleg uitgebreid in de brief naar de provincie Gelderland opgenomen. U vindt deze informatie en veel meer in de zienswijzen.
Klik hier om de zienswijzen te bekijken.
Werkgroep intensieve veehouderij en gezondheid gestart
De Nederlandse situatie is uniek, nergens ter wereld wonen zoveel mensen en nog meer dieren zo dicht op elkaar. Deze situatie is ook nog nergens behoorlijk onderzocht, ook in Nederland niet.
De werkgroep van de vereniging Leefmilieu, die zich richt op de milieu- en gezondheidsrisico’s van de intensieve veehouderij, is op 4 juli 2011 voor het eerst bijeen geweest. De werkgroep met de naam “Leefbaar Buitengebied” richt zich met name op de risico’s voor de omwonenden. Denk daarbij aan de Q-koorts maar ook aan de resistente bacteriën die zich ontwikkelen in de stallen en die tot op 1000 m afstand nog in de lucht gevonden worden. Deze resistente bacteriën leveren risico’s voor de hele volkgezondheid omdat geneesmiddelen door deze resistentie niet meer werken als mensen ziek worden.
De Werkgroep Leefbaar Buitengebied streeft naar een overheidsbeleid en handhaving die deze milieu- en gezondheidsrisico’s substantieel vermindert. De prioriteiten van de werkgroep zijn:
- Veel minder antibioticagebruik door de intensieve veehouderij.
- Duidelijkheid over de effectiviteit van filters en wassers voor de directe omgeving.
- Afstandscriteria om de risico’s te beperken.
- Meer onderzoek naar de relatie intensieve veehouderij en gezondheid.
Bij het realiseren van de doelen zal er, zoals gebruikelijk, door de vereniging Leefmilieu intensief samengewerkt worden met andere organisaties en lokale groepen, waarbij dit onderwerp het vooral van belang maakt om samen te werken met de curatieve sector (artsen en andere partijen, die zich richten op het genezen van mensen).
De werkgroep komt 5 tot 6 maal per jaar bijeen, mail burgernetwerk@leefmilieu als je belangstelling hebt om mee te doen, we nemen dan contact met je op.
Bekijk hier het werkplan van de werkgroep Leefbaar Buitengebied.
Veel inspiratie op 16 april bij de bijeenkomst over intensieve veehouderij
Meer dan 100 mensen waren op zaterdag 16 april in Den Bosch om te praten over de intensieve veehouderij en haar risico’s en vooral wat er tegen te doen. De bijeenkomst was georganiseerd door Leefmilieu. Er was natuurlijk een inleiding als warming up met debat, maar de ware inspiratie kwam bij de workshops waar mensen samen bedachten wat er moest gebeuren. Er werden acties bedacht en initiatieven op de rails gezet. Was u er niet bij en wilt toch alles erover weten? Dat kan. Klik hierondr op de links naar de presentaties en het verslag met meer foto’s.
- Link naar presentatie en adviesrapport zoönosen
- Presentatie Sonja Borstboom
- Verslag van de bijeenkomst.

Op 16 april in Den Bosch: Intensieve veehouderij, hoog tijd voor debat
De intensieve veeteelt is naast een bron van voedsel voor veel mensen een bron van overlast. Op sommige plaatsen veroorzaakt de sector zelfs gezondheidsschade door bijvoorbeeld de Q-koorts. Toch worden de stallen groter en nemen de aantallen dieren per bedrijf steeds verder toe.
Leefmilieu heeft studenten van de Universiteit Utrecht gevraagd op een rijtje te zetten of er ook andere ziekten door de intensieve veehouderij veroorzaakt worden en welke risico’s daar voor de omgeving aan verbonden zijn. Op 16 april in Den Bosch presenteren zij in het kort de uitkomsten van hun onderzoek.
Maar op die bijeenkomst gebeurt meer. Valentijn Wösten, bekend jurist, licht toe wat een goede strategie zou kunnen zijn om de zorgen over de intensieve veeteelt actief in het door de overheid aangekondigde politieke debat te brengen. Sonja Borsboom, woordvoerder van Megastallen-Nee, geeft daarvoor ook concrete suggesties. Daarna kunnen in kleine groepen actievoorstellen worden uitgewerkt. De bijeenkomst wordt georganiseerd met medewerking van Megastallen-Nee en de stichting Leefbaar Buitengebied.
Bekijk hier het programma van deze bijeenkomst en het bijbehorende
persbericht van Leefmilieu.
Bekijk ook recente brief van staatsecretaris Bleker aan de Tweede Kamer, over de aanpak van de dialoog over de megastallen.
Meer bacteriecellen in fijn stof rond intensieve veehouderij
februari 2011. De laatste jaren is er meer aandacht gekomen voor gezondheidsproblemen die mogelijk samen-hangen met intensieve veehouderij voor de omwonenden. Het gaat om symptomen zoals luchtwegklachten, irritatie ogen, hoofdpijn, misselijkheid en stress. Een belangrijke studie in Duitsland toonde in 2007 aan dat omwonenden, die dichter dan 500 m van een veehouderij wonen, twee maal zo vaak klachten aan de luchtwegen hadden (zoals piepende ademhaling) dan een controlegroep.
De Universiteit Utrecht heeft vanaf 2008 onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden in Nederland. Begin dit jaar is het voorlopige rapport van dit onderzoek gepubliceerd. Daarin staat dat op de meetlocaties in de omgeving van veehouderij¬bedrijven de hoeveelheid fijnstof in de lucht redelijk vergelijkbaar is met op andere locaties, maar dat in het fijnstof bepaalde endotoxineconcentraties (het gehalte aan dode bacteriecellen) verhoogd zijn.
Hoe hoger het aantal bedrijven of dieren, hoe hoger de endotoxineconcentratie. Bij deze gemeten endotoxineniveaus (die in absolute zin zeer laag zijn) zijn voor zover bekend geen gezondheids¬effecten te verwachten, ook niet op de locaties met de hoogst gemeten concentraties. De onderzoekers durven op basis van deze resultaten nog geen uitspraken te doen over het risico op gezondheidseffecten. In mei van dit jaar wordt het definitieve rapport verwacht, dan zijn ook de resultaten van het huisartsenonderzoek beoordeeld.
Klik hier om de rapportage te bekijken.
Procedures rond ontbreken beoordeling Natuurbeschermingswet
16 februari 2011. Wösten Juridisch Advies heeft namens de vereniging Leefmilieu en MOB een tiental procedures gestart tegen het ontbreken van beoordelingen conform artikel 19f van de Natuurbeschermings-wet. Het gaat allemaal om Limburgse bedrijven. Het lijkt erop alsof in Limburg de natuurbelangen niet goed behartigd worden door Gedeputeerde Staten van Limburg.
Kijk hier voor achtergrondinformatie.
Luchtvervuiling door de intensieve landbouw, een onderschat probleem
21 september 2010. De gemeenten Montferland en Oude IJsselstreek hebben de GGD Gelre-IJssel gevraagd een gezondheidsadvies te geven als onderbouwing bij het bestemmingsplan landbouwontwikkelings¬gebied Azewijn. De uitkomsten van dit onderzoek zijn voor veel meer mensen van belang. We vatten daarom hier enkele uitkomsten over de effecten van luchtvervuiling samen. lees hier het hele rapport.
Luchtvervuiling door agrarische bedrijven is anders dan de luchtvervuiling in de stad. Een belangrijk verschil is de samenstelling van het fijn stof. Fijn stof uit verkeer bevat vooral ultrafijne deeltjes (vooral ultra fijn stof, PM0,1-1,0) en is met allerlei chemische stoffen beladen. Het fijn stof uit de landbouw behoort vooral tot de ‘grove’ fijn stof fractie (PM2,5-10). Ook de samenstelling is verschillend. Land¬bouwstof is beladen met allerlei biologische deeltjes, zoals bacteriën, virussen, parasieten, schimmels en endotoxinen. Endotoxinen zijn bestanddelen van de celwand van bacteriën. Als bestanddeel van fijn stof komen ze vooral in hoge concentratie voor in de veehouderijbedrijven zelf en bij de veevoer¬productie. Metingen in Duitsland wezen uit dat in de woonomgeving van intensieve veehouderijen hogere concentraties endotoxinen voorkomen dan in de stedelijke omgeving. De endotoxineconcen¬traties kunnen per locatie sterk variëren. Het uitrijden en verspreiden van mest op de weilanden en het transport van dieren en de aanwezigheid van slachthuizen zijn andere factoren die van invloed kunnen zijn op de aanwezige endotoxineconcentraties.
Uit verspreidingsberekeningen blijkt dat tot een afstand van 150 meter de extra bijdrage van bedrijven aan de fijn stofconcentratie goed zichtbaar is. Regionaal kan in concentratiegebieden van intensieve veehouderijbedrijven de bijdrage van fijn stof zodanig zijn dat de grenswaarden voor fijn stof worden overschreden. Dit geldt met name voor de norm waarbij maximaal 35 dagen per jaar de concentratie groter mag zijn dan 50 mg/m3.
Bij de gezondheidseffecten als gevolg van blootstelling aan fijn stof uit stallen moet men denken aan directe effecten op de luchtwegen, in de vorm van toename van luchtwegklachten en -ontstekingen. Tot op dit moment is er nagenoeg geen onderzoek bekend dat een relatie weergeeft tussen de blootstelling aan landbouw gerelateerd fijn stof en de effecten op gezondheid. Risicogroepen voor het optreden van gezondheidseffecten van fijn stof zijn ouderen, patiënten met al bestaande luchtweg- of hart¬aandoeningen en kinderen met al bestaande luchtwegklachten. Gezonde kinderen kunnen ook gevoelig zijn voor fijn stof.
Het ministerie van VROM heeft geïnventariseerd welke pluimveebedrijven teveel fijn stof uitstoten. Dit betekent niet dat alle andere geen effecten op de gezondheid van de omwonenden hebben. Bekijk hier deze inventarisatie. In totaal gaat het om 145 pluimveebedrijven die te veel fijn stof uitstoten naar de omgeving. Zij moeten voor 1 juli 2011 maatregelen treffen. De meeste bedrijven zijn gelegen in de provincie Noord Brabant.
Kijk voor meer informatie over de aanpak van knelpuntbedrijven op de site van InfoMil
Teken mee voor een duurzame veeteelt
Juni 2010. Honderden Nederlandse hoogleraren hebben een pleidooi opgesteld om te stoppen met de intensieve veehouderij in haar huidige vorm. Zij willen dat de adviezen
van de commissie Wijffels uit 2001 worden opgevolgd. Wijffels stelde: “De intensieve veehouderij moet ingrijpend worden veranderd. Dieren moeten meer ruimte krijgen voor natuurlijk gedrag, zoals het buiten rondscharrelen. Het transport van levende dieren moet worden beperkt en het fokken van vee moet niet uitsluitend gericht zijn op toename van de productiviteit.” Behalve de honderden hoogleraren hebben intussen ook meer dan 15.000 gewone burgers het pleidooi ondertekend. Hebt u dat nog niet gedaan en vindt u de beperking van de intensieve veehouderij ook een goed idee ga dan naar http://www.duurzameveeteelt.nl en betuig uw steun.
Te soepele regelgeving veehouderij verliest mens en natuur uit het oog
Maart 2010. De afgelopen maanden heeft er in Brabant een hevige discussie plaatsgevonden over de intensieve veehouderij. Aanleiding waren de uitbreiding van de Q-koorts bij mens en dier en de steeds grotere aantallen dieren in een provincie die voor iedere inwoner minstens 14 dieren huisvest.
In het politieke debat klinkt steeds weer dat de sector het al moeilijk heeft door de zware regeldruk. Maar dit blijkt voor stankhinder en ammoniak in ieder geval niet te kloppen. Het is dus niet te verbazen dat de getroffenen in opstand komen.
Valentijn Wösten en Ton van Hoof hebben in het Tijdschrift voor Agrarisch Recht in november 2009 een uitgebreid onderzoek gepubliceerd naar de regeldruk rond stankhinder en ammoniakuitstoot. De twee milieujuristen tonen aan dat in tegenstelling met het gangbare beeld de normen steeds verder zijn versoepeld. Hieronder de uitkomsten in het kort.
Stank. Veebedrijven mogen volgens de nieuwe normen fors meer stankoverlast veroorzaken nabij woningen dan volgens de oudere normen. Dit komt doordat bedrijven veel dichter bij woningen gezet of uitgebreid mogen worden. Campings hoeven zelfs helemaal niet meer beschermd te worden tegen stank volgens de regelgever. Ook de optelsom van stank van verschillende bedrijven in de omgeving van een woning hoeft niet meer gemaakt te worden. Waar één bedrijf juist aan de stank-afstandseis voldoet, wordt hiervoor vergunning verleend, ook als een tweede veebedrijf eveneens op het nippertje voor diezelfde woning aan de afstandseis voldoet.
Ammoniak. De ammoniakuitstoot van de intensieve veehouderij is al tientallen jaren een ernstig knelpunt. Met het huidige beleid zal in 2020 slechts 30% van de Nederlandse natuur afdoende zijn beschermd tegen teveel ammoniakemissies, 70% dus niet.
Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat er tegenwoordig emissiereductie per dierplaats geldt. Waar echter een reductie van 50% per dierplaats wordt gerealiseerd, maar ook 2x zoveel dieren worden gehouden (opvullen), haalt het bedrijf geen enkele milieuwinst. Dit opvullen is vaste praktijk in de veehouderij.
Intussen is veel natuur de directe bescherming tegen ammoniakuitstoot ontnomen. Waar eerst gevoelige natuur in een straal van 3000 meter bescherming genoot tegen emissietoename, geldt deze bescherming nu nog slechts voor een straal van 250 meter. Waar eerst vrijwel alle gevoelige natuur bescherming genoot, is deze nu grotendeels beperkt tot gebieden in een omvang groter dan 50 hectare. Daarmee is nog slechts een fractie over van de eerdere geldende bescherming. Veel natuur die wel bescherming kreeg en ook nodig had, is deze ontnomen. 
Een voorbeeld. In het artikel in Agrarisch Recht geven Valentijn Wösten en Ton van Hoof een praktijkvoorbeeld over het verschil tussen de oude en nieuwe normen. Onder de oude .
milieunormen kan aan de rand van het Limburgse dorp Ospel een zeugenbedrijf onmogelijk uitbreiden. Met de gewijzigde milieunormen kan het bedrijf groeien tot het grootste zeugenbedrijf van Nederland.
Geconcludeerd wordt dat in de afgelopen 15 jaar de milieunormen voor stank en ammoniak fors zijn versoepeld. Er is sprake van een lastenverzwaring voor het milieu en de omwonenden. Het is dus heel verstandig dat de provincie Noord Brabant een pas op de plaats gaat maken en ten dele stopt met de uitbreiding van megastallen. Dit is echter niet genoeg. Ook de normen zullen aangescherpt moeten worden op een manier die de bescherming van mens en natuur weer centraal stelt.
Lees hier het hele artikel Veehouderij, milieubeleid en milieudruk van V. Wösten en T. van Hoof.
U kunt hier ook de samenvatting lezen.
