De vereniging Leefmilieu is een onafhankelijke milieuorganisatie die zich inzet voor een groen en gezond leefmilieu. Onze kenmerken zijn: grote milieudeskundigheid en samenwerking met bewonersgroepen in heel Nederland.


Op deze website informeren we je over onze activiteiten. Wil je op de hoogte blijven, abonneer je kosteloos op onze nieuwsbrief  of  word lid.
 

actueel (kop)

Milieu- of gezondheidsklacht melden

Onderwerpen:

Okt 2016. Op verzoek van de minister heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) een advies uitgebracht over de toekomst van de veehouderij. Dit advies getiteld Versnelling duurzame veehouderij liegt er niet om. De SER stelt vast dat de sector een groot probleem heeft. Aan de ene kant is de economische positie van veel bedrijven dramatisch en aan de andere kant worden de risico’s van de veehouderij voor de volksgezondheid en de milieu-overlast maatschappelijk niet meer geaccepteerd. De SER adviseert met spoed te kiezen voor een duurzame veehouderij en daarbij in te zetten op het stimuleren van een voorhoede van veehouders en niet meer te investeren in de achterhoede. Duurzaamheid betekent in dit verband het produceren met de best beschikbare technieken en daarbij ook letten op volksgezondheid, dierenwelzijn en voedselkwaliteit.

 

SER_Versnellen duurzame veehouderij

Het bijzondere in dit advies is dat de SER aandringt op regie. Volgens de SER is een centrale coördinatie van de verduurzaming van de veehouderij onontkoombaar. Het kabinet moet volgens de SER een regisseur duurzame veehouderij instellen. Het takenlijstje van deze regisseur is lang. Hij moet de verduurzaming van de sector aanjagen, aanbevelingen doen voor beleid en als het niet goed gaat ingrijpen. Kortom als het advies van de SER opgevolgd wordt, gaat er veel veranderen.

 

Vanuit Leefmilieu hebben we daarbij veel sympathie voor de aandacht die SER besteedt aan het aspect handhaving. Zij zegt letterlijk op blz. 9 over de nieuwe regels: “In de praktijk worden die aangescherpte regels te weinig gehandhaafd. Dit schaadt de maatschappelijke waardering voor de sector en het vertrouwen in de overheid.” De SER gaat zelfs verder en wijst er nadrukkelijk op, dat de overheden toezicht op elkaar kunnen houden. Als een gemeente onvoldoende handhaaft, kan de provincie  de gemeente verplichten te handhaven en als op haar beurt de provincie slecht handhaaft is het rijk bevoegd om in te grijpen.

 

Het is een hoopvol advies dat de SER heeft gemaakt, nu maar hopen dat de rijksoverheid niet terugschrikt voor de rol van regisseur en de handhaving net zo serieus gaat nemen als de SER.

 

Klik hier om het rapport te bekijken

 

.

Op 14 oktober 2016 organiseerde het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid haar jaarlijkse symposium. Dit jaar was het thema “Van kennis naar toepassing in de praktijk: samen aan de slag!”. Start van het symposium vormde een korte samenvatting van het rapport Veehouderij en gezondheid omwonenden door professor Heederik. De boodschap uit zijn presentatie was: ga direct aan de slag met het terugdringen van het fijn stof afkomstig van de intensieve veehouderij, dat geeft winst voor de gezondheid van omwonenden. Vervolgens waren er debatten en workshops. In de debatten bleek dat er van de landelijke overheid op korte termijn niets te verwachten is, ja misschien een handreiking of zo, en dat is heel erg. Er ontbreekt op dit moment namelijk een juridische kader om de gezondheid mee te laten wegen in het milieubeleid. Dus  gemeenten die toch proberen de gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij aan te pakken, steken hun nek uit. Dat is mooi, maar onvoldoende. De situatie vraagt om meer, namelijk om een milieuregelgeving die een einde maakt aan de aparte status van de intensieve veehouderij vergeleken met de “gewone” bedrijven. Milieuregelgeving die ook in de vele gemeenten die het probleem nog niet willen aanpakken, de burgers gaat beschermen.

 

Het was een goed georganiseerd symposium met een grote deelname van ambtenaren, medici, agrariërs en actieve burgers. Het lijkt erop dat die actieve bewoners nog veel werk zullen moeten verzetten om, samen met goedwillende ambtenaren, bedrijven en politici, landelijke regelgeving voor elkaar te krijgen. Een onwillige regisseur bewegen om toch de regie te nemen… gemakkelijk zal dat niet zijn.

 

Meer informatie:
- Het RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden
- De publiekssamenvatting van het RIVM-rapport
- De presentatie van professor Heederik
- Het officiele verslag van dit symposium

 

Symposium Den Bosch

 

.

In augustus 2016 hebben we een uitgebreide brief ontvangen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu als reactie op onze rapportage over milieu gerelateerde gezondheidsklachten. In onze eigen brief bij het rapport vroegen wij om speciale aandacht voor de milieuoverlast laagfrequent geluid, elektromagnetische straling en houtrook. Het ministerie reageert in haar brief uitgebreid op elk onderwerp.

 

De gezondheidslast als gevolg van LFG wordt door het ministerie erkend als het gaat om hinder en slaapverstoring. Voor andere gezondheidsklachten bestaat er geen consensus, zo is geschreven in de factsheet van het RIVM. LFG problemen zijn complex en daarom is er een richtlijn ontwikkeld hoe met name GGD´en cases over LFG kunnen aanpakken. Er is momenteel helaas geen voornemen tot landelijke regelgeving.

 

Ten aanzien van elektromagnetische straling (EMV)  geeft het ministerie aan dat de internationale gezondheidsnormen in Nederland niet overschreden worden. Tevens is er nog onvoldoende bewijs dat EMV gezondheidsklachten geeft. Er loopt nog wel een onderzoeksprogramma dat I&M subsidieert. De rijksoverheid treft momenteel geen maatregelen om de blootstelling te verlagen.

 

Wat betreft houtrook zijn de gemeenten aan zet. Zij hebben de middelen (via bouwbesluit) om stokers die hinder veroorzaken aan te pakken, aldus I&M. Om oplossingen in kaart te brengen is een platform opgericht, dat in 2017 met een overzicht van mogelijkheden zal komen. Pas in 2022 komen er strenge Europese normen voor de uitstoot van nieuwe kachels.

 

- Lees hier de brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

- Lees hier de factsheet LFG van het RIVM (2013)

 

.

Juli 2016.  Mensen die in de buurt van veel veehouderijen wonen hebben een lagere longfunctie, vaker longontsteking en Cover_VGOCOPD-patiënten hebben meer last van complicaties. Astma en allergieën komen juist minder vaak voor. Dit blijkt uit het zojuist verschenen RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden. Dit betreft een uitgebreid onderzoek onder omwonenden van veehouderijen in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg, uitgevoerd door het RIVM, Universiteit Utrecht, Wageningen UR en het NIVEL.

 

De geconstateerde effecten op de longfunctie hebben verband met de hoeveelheid fijn stof, ammoniak en endotoxinen afkomstig van de veehouderij. Ook mensen die verder weg wonen van veehouderijen kunnen hier last van hebben. Het blijkt dat de longfunctie in het hele onderzoeksgebied lager wordt, wanneer de concentratie van ammoniak in de lucht hoog is. Dit ammoniak reageert met andere stoffen in de lucht, waardoor er extra fijn stof wordt gevormd, wat zich over grote afstanden kan verplaatsen. Deze effecten zijn vergelijkbaar met de schadelijke gezondheidseffecten van verkeer in een stad.

 

- Bekijk hier het RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden

- Lees hier de publiekssamenvatting van dit rapport

- Bekijk hier de uitzending van Nieuwsuur over dit onderzoek

 

.

12 juli 2016. De gemeente Nijmegen streeft naar 40 procent minder roet in de lucht in het jaar 2022 ten opzichte van 2014. Om dit te bereiken wordt er een roetreductienorm vastgesteld. Deze Nijmeegse roetreductienorm heeft als doel om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ongezonde luchtkwaliteit veroorzaakt volgens het RIVM ongeveer 5 procent van de totale ziekte in Nederland, ook al wordt er in vrijwel heel Nederland voldaan aan de wettelijke normen voor fijn stof en NO2. Op dit moment bestaat er nog geen norm voor roet, enkele andere gemeenten zoals Amsterdam hebben zich ook een reductiedoel gesteld.

De autonome afname van de concentraties elementair koolstof (EC) in die periode bedraagt voor Nijmegen 34,5 procent tot 2025 (zie grafiek). Om de doelstelling van 40 procent minder roet in de lucht te bereiken zijn dan ook extra maatregelen nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stimuleren van schonere scheepvaart op de Waal en het bewuster omgaan met houtstook. Leefmilieu heeft inbreng geleverd op dit beleid en werkt  mee aan het ontwikkelen van een app tegen houtstookoverlast.

 

Bekijk hier het Collegevoorstel van de gemeente Nijmegen en het onderzoek dat door TAUW is gedaan.

 

.

Cover_EEA_airpollutionJuli 2016. Volgens het zojuist verschenen rapport van het Europese Milieuagentschap EEA over de luchtvervuiling in Europa nam in 2014 de uitstoot van ammoniak toe. Dat geldt ook voor Nederland. Nederland is een van de landen die te veel ammoniak in de lucht brengen: het Nederlandse emissieplafond voor ammoniak wordt overschreden. De bron van ammoniakuitstoot in Europa bestaat voor 94% uit landbouwactiviteiten zoals mestopslag, mest uitrijden en het gebruik van kunstmest. De grote verspreiding van ammoniak veroorzaakt een aantasting van de natuur en er wordt fijn stof gevormd dat de gezondheid van mensen schaadt.

Als je het vanaf 1990 bekijkt is de uitstoot van ammonia in Europa wel verminderd, maar lang niet zo snel als de uistoot van andere stoffen. Zo is de uistoot van zwaveldoxides sinds 1990 met 88% verminderd. Het is zorgelijk dat de zo noodzakelijke afname van ammoniakuitstoot nu niet meer doorzet en dat er zelfs sprake is van een toename terwijl de doelen nog niet gehaald zijn.

 

Zie rapporten:

- Air pollution from agriculture: EU exceeds international limit in 2014, EEA, juli 2016

- European Union emission inventory report 1990–2014 under the UNECE Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (LRTAP), EEA, 2016.

 

.

Juni 2016. Bij de planning van de nieuwe woonwijk Brugkwartier heeft de gemeente Nijmegen geluidsmetingen laten verrichten aan het nabijgelegen transformatorstation (zie afbeelding). De resultaten van deze meting hebben geleid tot het besluit een geluidsscherm te bouwen van 7 meter hoog en 80 meter lang. Hierdoor kunnen woningen gebouwd worden tot op een afstand van 70 meter van dit trafostation. Uit de metingen blijkt dat dit station continu (dag en nacht) een geluid afgeeft met een bronsterkte van 80 - 97 dB(A). Bij schakelen kan dit oplopen tot 110 - 120 dB(A). Dit betreft een tonaal (laagfrequent) geluid met een frequentie van 100 Hz en veelvouden daarvan.
Voor wat betreft de toelaatbare geluidsniveaus bij woningen, is in deze situatie het Activiteitenbesluit van kracht. Hierin zijn onder meer de standaardgrenswaarden opgenomen waaraan woningen overdag, s ’avonds en s ’nachts mogen worden blootgesteld (respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A). Door het bouwen van het geluidsscherm verwacht de gemeente deze waarden te kunnen realiseren.

 

Wil je meer weten over de metingen en de beoogde effecten van het geluidsscherm, bekijk dan de volgende rapporten:
- Akoestisch onderzoek: De metingen
- Akoestisch onderzoek: Mogelijke maatregelen

 

Transformatorstation
Op de middelste foto een overzicht van het transformatorstation, waar links op de foto een begin is gemaakt met het uitgraven van de fundering voor het geluidsscherm.

 

.

Gezondheidsklachten 2015Juni 2016. Veel mensen zien hun woongenot totaal verziekt door milieuoverlast, zo blijkt uit de vierde rapportage over de meldingen milieu en gezondheid. Laag frequent geluid, elektromagnetische straling en luchtvervuiling (80% door houtstook) zijn de meest genoemde bronnen die hiervan de oorzaak zijn.
De melders worden letterlijk ziek door de milieuoverlast, zij rapporteren een veelheid aan gezondheidsklachten. Laag frequent geluid veroorzaakt voornamelijk slecht slapen, vermoeidheid en stress. Dit zijn klachten die ook bij elektromagnetische straling veelvuldig worden genoemd. Bij luchtvervuiling zijn de belangrijkste klachten ademhalingsklachten, hoofdpijn en geïrriteerde ogen.
De melders kunnen in hun eigen huis niet ontsnappen aan de milieuoverlast, het dringt letterlijk hun woning binnen. Dit maakt de impact zeer groot en veel melders schrijven de wanhoop nabij te zijn. Bij hun pogingen om de milieuoverlast op te sporen en/of terug te dringen stuiten ze vaak op onbegrip, blijkt gedegen meting van de overlast moeilijk te krijgen en ontbreekt het aan wet- en regelgeving om bronnen aan te pakken.
De roep om erkenning van de problemen, goede meetmethoden voor persoonlijke situaties en wet- en regelgeving blijft daarom onverminderd staan!

 

Bekijk hier de Rapportage gezondheidsklachten door milieu 2015

Bekijk hier het actuele overzicht van meldingen

 

.

Logo PetitieMei 2016. De Brabantse bewonersgroepen verenigd in het Burgerplatform Minder Beesten zijn een petitie gestart om te komen tot een vermindering van het aantal dieren, te beginnen in Brabant.
Ze vragen provinciale Staten van Noord-Brabant om:

•    een onmiddellijke stop in te stellen op de groei van de veestapel
      in héél Brabant;
•    geen nieuwe mestfabrieken toe te staan;
•    de omschakeling naar grondgebonden en diervriendelijke
      veehouderijen maximaal te stimuleren;
•    maatregelen te treffen om de Brabantse veestapel
      fors in te krimpen.

 

De petitie kan door iedereen getekend worden, ook als je niet in Brabant woont.

 

https://petities.nl/petitions/nog-meer-mest-nog-meer-vee-provincie-brabant-stop-ermee?locale=nl

 

.

Maart 2016. In 2015 is in Nederland in totaal 176,3 miljoen kilo fosfaat geproduceerd. Dat is 3,4 miljoen kilo boven het door Europa vastgestelde fosfaatplafond. Als het de sector niet lukt om de fosfaatproductie weer in lijn te brengen met de Europese regels dan zou de sector extra kosten moeten maken, onder andere voor het verantwoord afvoeren van mest. Indicatief zijn die kosten berekend op € 100 miljoen per jaar. Om de fosfaatproductie in de melkveehouderij met de benodigde 4 procent te laten krimpen heeft staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken met de melkveesector afspraken gemaakt over de invulling van het fosfaatrechtenstelsel.

Het fosfaatrechtenstelsel gaat op 1 januari 2017 in. Uitgangspunt is dat boeren alleen fosfaat mogen produceren – en dus melkvee mogen houden – als ze voldoende fosfaatrechten hebben. Alle melkveebedrijven krijgen per 1 januari 2017 een hoeveelheid fosfaatrechten toegekend op basis van het aantal gehouden koeien op 2 juli 2015, de datum waarop het fosfaatstelsel werd aangekondigd. De totale hoeveelheid rechten die op deze manier wordt toebedeeld is echter te groot om de fosfaatproductie weer onder het Europese maximum te brengen. Er komt daarom een landelijk register en een aanpak voor de inkrimping van de melkveestapel. Boeren kunnen fosfaatrechten kopen van boeren die stoppen of inkrimpen, maar bij iedere transactie zal 10% van de rechten komen te vervallen net zo lang totdat de totale hoeveelheid fosfaat weer onder het Europese maximum komt.

Bij de invoering van dit stelsel is ervoor gekozen om extensieve, grondgebonden bedrijven zoveel mogelijk te ontzien. Boeren met veel grond in verhouding tot het aantal koeien – en die dus geen aandeel hebben in het fosfaatoverschot – krijgen extra rechten. Zij worden daardoor minder zwaar getroffen.

 

Bekijk hier de kamerbrief over fosfaatrechten melkveehouderij

 

Melkkoeien in de wei

 

.

Smart Emission consortiumApril 2016. Luchtvervuiling blijft een hardnekkig milieuprobleem dat een grote impact heeft op de gezondheid van mensen. Al meer dan 10 jaar werkt de gemeente Nijmegen aan de verbetering van de luchtkwaliteit, bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar de uitstoot van schepen op de Waal en door maatregelen zoals het laten rijden van bussen op aardgas.
Aan de basis van ieder beleid staan goede metingen en behalve 2 meetstations van het RIVM beschikt Nijmegen ook over een lokaal meetnet (voor NO2 en fijn stof). Het meetnet voor NO2 loopt nog minstens 2 jaar door, het meetnet voor fijn stof wordt waarschijnlijk in 2016 gestopt.
Bij verkenning van nieuwe wegen om burgers zelf te laten meten wordt op dit moment het project Smart Emission uitgerold, samen met andere partijen zoals de Radboud Universiteit. Een groep van 30 mensen krijgt een eigen sensor (zie foto) en iedereen kan deze metingen online bekijken en gebruiken. De technische infrastructuur hiervoor is bijna klaar. Door studenten Sensor Joséen stagiaires is er ook gewerkt aan visualisatie van data voor burgers. Vanaf nu volgt de fase van ongestoord data binnen halen en data-analyse. Voor luchtkwaliteit zal daarbij ook RIVM nauw betrokken zijn.
Op uitnodiging van de vereniging Leefmilieu heeft Henk Nijhuis, adviseur luchtkwaliteit van de gemeente Nijmegen op 1 april een presentatie gehouden, in het laatste deel van zijn presentatie gaat hij dieper in op het Smart Emission project.

 

 

Klik hier om de presentatie van Henk Nijhuis te bekijken.

 

Smartemissions project:         http://www.ru.nl/gpm/onderzoek/research-projects/smart-emission/
                                                 http://www.smartemission.nl/smartapp/
Lokale meetnet Nijmegen:       http://www.westenweurt.nl/thema/4

 

.

Uit een rebestaande situatie rookoverlastcente casus in Nijmegen blijkt dat er situaties zijn waarin de overheid met succes kan optreden tegen overlast door houtrook. Het ging in Nijmegen om de hinder door de houtstook van een buurman. De schoorsteen van de houtstoker stond op de scheidingsmuur tussen twee woningen en de uitmonding was ter hoogte van het dakraam van de buren. Na melding van de overlast was de schoorsteen verhoogd, maar nog steeds was er overlast. In de figuur hiernaast zie je een schets van de situatie.
Aan de hand van het Bouwbesluit waren de buren er samen niet uitgekomen, want de tekst van het bouwbesluit verwees naar een norm (NEN 2757) die niet in bouwbesluit zelf was opgenomen.  Deze norm biedt de specifieke situatieschetsen en formules, aan de hand waarvan je kunt bepalen waar een schoorsteen op het dak mag staan en hoe hoog deze minimaal moet zijn. Deze norm is echter, alleen tegen betaling beschikbaar en behoorlijk duur (deel 1 € 56,50  en deel 2 € 64,60).


adviesGelukkig nam de gemeente Nijmegen de klachten serieus en schakelde specialisten in, die wel de beschikking hadden over de  NEN-normen. Ook konden zij  duidelijke uitleg geven over de toepassing van de normen voor deze situatie en op basis van formules, de helling van het dak en de plaatselijke situatie kwamen ze tot een duidelijk advies. De schoorsteen moest verhuizen naar de nok van het dak. In de figuur is met een stippellijn aangegeven in welk gebied de schoorsteen in de nieuwe situatie mag uitmonden. Op basis van dit advies kon de gemeente handhavend optreden, waardoor de overlast werd opgelost.
Kortom, in sommige gevallen kan het bouwbesluit een goede ingang zijn voor de aanpak van overlast door houtstook, het zou daarbij wel prettig zijn als de normen die je daarvoor nodig hebt openbaar zijn.

 

Sinds 1 januari 2016 zijn enkele andere normen wel openbaar, deze zijn te vinden op de site van het NEN: https://www.nen.nl/Over-NEN/Vrij-beschikbare-normen.htm.

 

.

Februari 2016. Naar aanleiding van overlast van enkele inwoners heeft de gemeenteraad van Almere op 25 februari een motie aangenomen om de minister te vragen een norm te maken voor laagfrequent geluid. Op dit moment zijn er geen regels, waardoor laagfrequent geluid wettelijk niet Logo Raad Almereerkend wordt en gemeenten nauwelijks kunnen ingrijpen als er klachten over binnen komen. Veel mensen hebben last van laagfrequent geluid, dit blijkt ook ieder jaar weer uit de meldingen die daarover bij de vereniging Leefmilieu binnenkomen. De gemeente Almere is geïnspireerd door het voorbeeld van de gemeente Nijmegen die al eerder een dergelijk brief naar de minister stuurde. Het zou een goed idee zijn als in meer gemeenten het initiatief van Nijmegen en Almere zou worden overgenomen.

Klik hier om de motie te bekijken

 

.

Op 7 december 2015 organiseerde Geonovum, Sensor bouwensamen met onder andere de gemeente Nijmegen en de HAN, een bijeenkomst waarin geïnteresseerden zelf sensoren konden bouwen om bijvoorbeeld fijn stof te meten. Onder de deelnemers zagen we nogal wat leden van Leefmilieu. In kleine groepjes werd er geanimeerd geknutseld aan Dustduino’s en andere sensoren. Duidelijk werd wel dat je niet moest verwachten een kant en klaar apparaat mee naar huis te nemen: een sensor die werkt geeft een getal of een lichtsignaal en dat is een mooie eerste stap, maar om te weten wat de sensor nu precies meet en hoe betrouwbaar die meting is, daar komt heel wat meer bij kijken. Stimulerend was het wel, die samenwerking tussen mensen die in hun vrije tijd enthousiast sensoren ontwikkelen en de mensen die, ook in hun vrije tijd, willen gaan meten in het milieu. Het initiatief is dan ook zeker voor herhaling vatbaar.


Klik hier om meer fotos te bekijken

.

 

Mediatraining voor Stop de Stank Deurne op 28 november

Op verzoek van de vereniging Stop de Stank Deurne, die al meerdere jaren lid is van Leefmilieu, heeft de vereniging Leefmilieu een mediatraining ontwikkeld. Deurne ligt in Brabant in een gebied waar enorm veel intensieve veehouderij gevestigd is en Stop de Stank zet zich al jaren in voor de bestrijding van de overlast en risico’s hiervan. De vrijwilligers van Stop de Stank Deurne worden regelmatig gevraagd om te reageren in de lokale en landelijke media en daarom wilde het bestuur (potentiële) woordvoerders graag ervaring laten opdoen.  

 

De training vond op 28 november 2015 plaats in het Gerardushuis in Deurne waar we gastvrij werden onthaald met koffie, thee en bananencake. Als start werd er ingegaan op de journalistieke blik op het nieuws: “wat is nieuwswaardig volgens journalisten”. Daarna werd in twee ronden geoefend met een standpuntbepaling en een kort interview voor camera. Vanuit de gedachte dat iedereen misschien niet ervaren is als woordvoerder, maar wel als kijker, gaven de aanwezigen elkaar feedback in de vorm van een Tip (voor verbetering) en een Top (dat is prima).

 

De uitkomst was dat deelnemers vaak met een heel kritische blik naar het filmpje van zichzelf kijken, maar het filmpje van een ander heel goed vinden. Kortom je bent naar jezelf waarschijnlijk te kritisch. Misschien niet heel verassend, maar wel goed om te beseffen, dat iedereen wat milder mag kijken naar het eigen optreden. Een verrassender punt was dat de 10 deelnemers op dezelfde vraag: “Wat is er volgens jou hier in Deurne aan de hand?”, heel verschillende antwoorden gaven. Sommigen antwoorden bijvoorbeeld vanuit hun persoonlijke overlast situatie, anderen met een blik gericht op de politiek of vanuit een milieuperspectief. Samengenomen vormden de reacties een mooi compleet beeld van de problematiek in Deurne. Een inspirerende uitkomst.  

 

Mediatraining

 

.

Op 16 oktober 2015 organiseerde de vereniging Leefmilieu samen met de stichting Laagfequent Geluid en Edwin Buikema van ingenieursbureau Peutz een werkconferentie over laagfrequent geluid (LFG). Er waren 25 mensen uitgenodigd om na te denken over oplossingen voor LFG. Bij de oplossingen werd in twee richtingen gekeken: naar de mens en naar de geluidsbron.
Bij overlast ligt het startpunt van het proces altijd, daar waren de aanwezigen het over eens, in het meten van het geluid. Vervolgens kun je dan de bron opsporen en het probleem technisch proberen te verhelpen. Gaandeweg tijdens de werkconferentie bleek dat als bedrijven de bron zijn van de LFG overlast, er veel mogelijkheden zijn om de overlast op te lossen. Als het moet via de rechter, LFG wordt door rechters aangemerkt als objectiveerbare hinder: hinder die onderzocht moet worden. Maar wat kun je doen als de bereidheid om te meten er bij de lokale overheid niet is? Dan is het belangrijk dat burgers samenwerken.
Het probleem LFG is het moeilijkst oplosbaar als deskundigen geen LFG meten en de betrokken toch overlast ervaren door een bromtoon. De suggestie, die gedaan werd, is om dan onderzoek te gaan doen bij de mensen die ziek worden. Ga bijvoorbeeld na of niet-akoestische  prikkels verantwoordelijk kunnen zijn voor dit fenomeen. De GGD in Gelderland is gestart met een dergelijk onderzoek naar aanleiding van de bromtoon in Zutphen en de vele andere meldingen waarbij geen bron aangewezen kon worden. Een andere suggestie werd gedaan om, in navolging van Denemarken, in Nederland een ruimte in te richten, waarin de persoonlijke waarnemingsdrempel van mensen van LFG bepaald kan worden.
Kortom: LFG is in eerste instantie een milieu-probleem en als de bron van het geluid niet gevonden kan worden,  blijft er in ieder geval een taai gezondheidsprobleem over. Beide problemen verdienen een oplossing: door bronnen op te sporen en aan te pakken, wat nog lang niet altijd gebeurt, én door te gaan zoeken naar de oorzaken van ziekmakende bromtonen die niet door geluid veroorzaakt worden. 

 

Klik hier voor een samenvatting van de dag

 

Bekijk hier de presentaties:

- Presentatie van Edwin Buikema: Hooggevoelig voor LFG
- Presentatie van Theo Campmans: Reductie LFG - 2 Cases Grote kleine ketels
- Presentatie van Coert van den Enk: Bromtoon in Zutphen
- Presentatie van Dirk van der Plas: Presentatie SLG
- Presentatie van Bewoner Den Bosch: LFG, je zal er maar last van hebben
- Presentatie van Suzanne Eekhout: Juridische oplossing voor LFG
- Presentatie van Jan van Muijlwijk: Op zoek naar de bron

 

werkconferentie LFG

 

.

29 oktober 2015. Het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup bevat veel glyfosaat. Het onderzoeksinstituut van de Wereld Gezondheidsorganisatie (IARC) beoordeelt glyfosaat als “waarschijnlijk kankerverwekkend”. Veel organisaties, waaronder Leefmilieu, roepen daarom de Eurocommissaris Andriukaitis op om glyfosaat voorlopig te verbieden, tot er meer duidelijkheid is.

 

Lees hier de brief over glyfosaat

 

.

Intensieve veehouderij en natuur staan op veel plaatsen met elkaar op gespannen voet. Leefmilieu wilde daarom kennis maken met boeren die proberen de natuur tot bondgenoot te maken. Op vrijdag 25 september 2015 gingen we, met een delegatie van juristen, actieve vrijwilligers en bestuursleden, naar Broekland. We bezochten daar Erik Valk, de voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM). Deze vereniging van kringloopboeren is opgericht omdat ze de mest niet in de bodem willen Excursie_VBBMinjecteren, maar bovengronds willen uitrijden. Deze boeren zijn er van overtuigd dat het natuurlijke verteringsproces van de bodem hierdoor veel beter kan plaats vinden en dat komt de bodemkwaliteit ten goede. Uiteraard moeten er aan de mest eisen worden gesteld, in dit geval ging het om mest van koeien die vrijwel geen krachtvoer en antibiotica krijgen. De koeien lopen zo veel mogelijk buiten in de wei en het bedrijf rijdt alleen de mest van de eigen koeien uit: kortom een grondgebonden bedrijf. Uiteraard kregen we ter plekke behalve uitleg ook een demonstratie. Samen bekeken we de verschillende stadia van de koeienvlaai, op een grasland waar behalve gras ook veel andere kruiden groeiden.   
De VBBM zet zich in om samen met andere veehouders in het netwerk GRONDig de belangen van de grondgebonden veehouders te vertegenwoordigen in de landelijke politiek. Dat is belangrijk want hun belangen lopen niet parallel met de meerderheid van de boeren, die juist steeds meer dieren op een stuk grond wil houden. Wij hopen dat dit geluid van boeren, die willen werken binnen de natuurlijke kaders, navolging zal krijgen en we zullen ze zeker steunen, want dat verdienen ze.

Bekijk hier een filmpje over het belang van een goede bodem
 

Mob-zonnetjeMobilisation roept de Nederlandse regering op om niet in beroep te gaan in de Klimaatzaak, maar werk te maken van maatregelen tegen klimaatverandering. De organisatie is een Klimaatpetitie gestart om zo veel mogelijk Nederlanders te mobiliseren. Mobilisation wil dat de regering de eis van de rechter – 25 % CO2-reductie in 2020 – uitvoert zonder tijd te verspillen aan procedures.
 

Lees hier het persbericht van Mobilisation


Klik hier om de petitie te tekenen
 

.

10 augustus 2015. De tientallen beroepszaken die MOB en de vereniging Leefmilieu in Utrecht winnen over de natuurbeschermingswet worden uiteraard ook besproken in de media. Daarbij bagatelliseert de provincie Utrecht de uitspraken. Dat is nog wel te begrijpen, want niemand verliest graag. Maar daarbij vliegt de projectleider uit de bocht en stelt dat alle ten onrechte vergunningen waartegen Leefmilieu en MOB geen bezwaar hadden gemaakt toch maar mooi definitief zijn geworden.

Citaat uit Nieuwe Oogst van 24 juli 2015: “Van een mislukking van de depositiebank wil de projectleider niet spreken. ‘Sinds 2011 zijn er voor ongeveer 350 bedrijven met saldo uit de depositiebank uitbreidingen mogelijk gemaakt waarvoor onherroepelijke vergunningen gelden.’ Provincie Utrecht heeft in haar stikstofbeleid in totaal 1.200 onherroepelijke vergunningen verleend, met en zonder de depositiebank. De recente uitspraak van de Raad van State heeft hier geen invloed op. 'Het Utrechtse beleid heeft daarmee voor een groot aantal bedrijven uitbreidingen mogelijk gemaakt', aldus Van de Poll.

Het lijkt erop dat de natuurbeschermingsvergunningen voor de provincie Utrecht meer een middel zijn geweest om uitbreidingen van bedrijven mogelijk te maken, dan een middel om de natuur te beschermen. Deze praktijk vraagt wel om een onderzoek.En mocht u zich afvragen, wie ziet er eigenlijk toe op een goede vergunningverlening? Het antwoord is niemand. Dus als wij als vereniging samen met MOB geen beroep hadden ingesteld dan was dit niet eens aan het licht gekomen.

Wij zijn boos over de bovengenoemde uitspraken in de media en daarom er is namens MOB en Leefmilieu hierover een brief naar de Provinciale Staten van Utrecht gestuurd.

Klik hier om de brief te lezen.

 

.

Kaartje schaliegas28 juli 2015. In 2014 heeft Leefmilieu, samen met heel veel organisaties, zienswijzen ingediend tegen de plannen van de overheid om naar schaliegas te boren. Op 28 juli 2015 is van het kabinet het bericht gekomen dat de plannen worden uitgesteld en dat commerciële opsporing en winning van schaliegas de komende 5 jaar niet aan de orde zijn. Vergunningen worden ook niet verlengd. Dat is goed nieuws. Dit betekent niet dat schaliegas definitief uit beeld is, maar wel dat er voorlopig sprake is van uitstel en mogelijk ook van afstel. De planMER schaliegas zal begin 2016 ter inzage worden gelegd.

 

Lees hier de brief over het kabinetsbesluit schaliegas

 

.

Atalata van opzij op klimop15 juli 2015. Zoals bekend hebben we in Nederland een zeer groot aantal landbouwhuisdieren, meer dan enig ander land in Europa. De door deze dieren veroorzaakte mest geeft grote natuurschade door de ammoniakemissies. Om te zorgen dat de natuur beschermd wordt, krijgen veehouders een natuurbeschermingswetvergunning om de ammoniakuitstoot te reguleren. De provincies verlenen dergelijke vergunningen. In Utrecht had de provincie daarvoor een banksysteem bedacht: de toename van de emissie van ammoniak bij bedrijfsuitbreidingen kan door die bank gecompenseerd worden door de afname van emissies ten gevolge van bedrijfssluitingen op een andere plek. De vereniging Leefmilieu en MOB waren het met de opzet van deze bank oneens en gingen in beroep bij de Raad van State. Op veel punten was de Raad van State het met onze bezwaren eens. De provincie Utrecht stelde dat de bank gestart was op 12 juli 2010, maar de provincie kon dat volgens de Raad van State niet hard maken. Op 12 juli 2010 was er hooguit sprake van vage plannen. Omdat er wel ingetrokken vergunningen uit 2010 in de bank werden opgenomen, heeft de bank ‘onechte emissies’ als positief saldo geboekt. Ook werden er vergunningen verleend zonder dat duidelijk werd welke ingetrokken vergunning daar tegenover stond. De ingebrachte stakende bedrijven waren niet controleerbaar. Bovendien was door deze aanpak van de provincie Utrecht niet uit te sluiten dat lokaal de natuur zou worden aangetast.

Deze uitspraak volgt op eerdere vernietigende uitspraken over salderingsbanken in de provincies Noord Brabant en Gelderland. Utrecht was de laatste provincie die een salderingsbank in stand wilde houden. Deze uitspraak is ook van belang vanwege de PAS. Immers, de salderingsbank is in essentie identiek aan de werksystematiek van de PAS.

De uitspraak van 15 juli 2015 raakt veel van de beroepen die door ons zijn ingesteld.

Klik hier om de uitspraak te lezen.

 

.

15 juli 2015. Leefmilieu en MOB hebben in Utrecht tegen talloze uitbreidingen van de intensieve veehouderij bezwaar aangetekend vanwege de manier waarop de Natuurbeschermingswetvergunningen zijn verleend. De provincie Utrecht vond dat alle stikstoftoenames onder de grens van 0,051 mol N/ha/jr zonder beperking vergund konden worden. Dat werd door Leefmilieu en MOB met kracht weersproken, omdat daarmee het merendeel van de deposities zijn gemoeid. Deze redenatie van de provincie is nu van tafel met deze gewonnen beroepszaken bij de Raad van State. De stikstoftoenames moeten, ook volgens de Raad van State, in alle gevallen getoetst worden op hun effecten voor de natuur. De provincie Utrecht krijgt 6 maanden de tijd om wel een juist besluit te nemen.

Alleen als er een zitting is geweest publiceert de Raad van State de uitspraak. In alle overige gelijkluidende gevallen is er geen zitting en wordt er alleen een brief gestuurd, waarin naar de eerdere uitspraak wordt verwezen. Dus lang niet van alle zaken die we gewonnen hebben zijn de uitspraken op internet te vinden.

Lees hier de uitspraak van de Raad van State waarin deze beslissing uitgebreid wordt toegelicht.

 

.

De puinbreker van DURA Vermeer op het industrieterrein van Nijmegen veroorzaakt geluidsoverlast en overdekt de overburen zo nu en dan met een laagje stof. Het is dan ook niet te verbazen dat deze overburen en de omliggende wijk aandrongen op betere handhaving. DURA Vermeer nam daarop maatregelen om de geluidsoverlast te verminderen door containers tussen de geluidsbron (de breker) en de buren te zetten. Dat hielp behoorlijk voor het geluid, maar nog niet voor het stof. Om een draagvlak voor een oplossing te krijgen startte de gemeente Nijmegen een mediationtraject. In meerdere bijeenkomsten werden de kaders voor het overleg afgesproken en een kleine werkgroep boog zich over de stofproblematiek. Met veel gezond verstand en de kennis van zaken van bedrijf, overheid en Leefmilieu kwam een voorstel tot stand waarin een andere indeling van het terrein het uitgangspunt vormt. In de nieuwe situatie zal ook niet meer vanuit grote hoogte gestort worden en zullen de wielen van de vertrekkende vrachtwagens beter van stof ontdaan worden om zo te voorkomen dat het slib naar de weg versleept wordt en daar verwaaid. Het voorstel gaat het uitgangspunt vormen voor de nieuwe vergunning, die in het najaar gepubliceerd zal worden.

 

Bekijk hier het voorstel: Onderzoek naar mogelijke oorzaken en maatregelen tegen stofhinder

 

.

Op 24 juni 2015 hield Marga Jacobs, voorzitter van Leefmilieu, een presentatie over het burgerperspectief op meten. Ze presenteerde voor allemaal experts uit het hele land op een bijeenkomst georganiseerd door Geonovum. Veel waarden over fijnstof, stikstofoxide of ammoniak in de lucht komen tot stand door berekeningen en vaak blijkt dat burgers graag willen dat er niet alleen berekend wordt, maar ook gemeten. En het liefst doen ze dat zelf. Nu is meten technisch en duur, tenminste als je het goed wilt doen. Het goed meten van de luchtkwaliteit, zoals dat op dit moment door het RIVM wordt uitgevoerd voor heel Nederland, kost ieder jaar miljoenen. Op de onderstaande foto’s is een van die meetstations te zien in Nijmegen. Het ziet eruit als een flink tranformatorhuis met allerlei meetapparatuur op het dak. Daarbinnen wordt de ruimte koel gehouden en draaien volautomatisch de machines die bijvoorbeeld de lucht op filters verzamelen.meetstation Nijmegen

Maar de ontwikkelingen op meetgebied staan niet stil en de apparaten worden steeds kleiner en kleine sensor meetstationgoedkoper. Het kleine ronde zwarte doosje vol met sensoren, op de foto hiernaast, kan ook heel veel meten en kost maar 350 euro. Het is natuurlijk hoopgevend dat zulke mogelijkheden binnen ieders bereik komen. De waarden gemeten met zulke goedkopere apparaten moeten natuurlijk wel voldoende betrouwbaar zijn. Dat wordt onderzocht door de Radbouduniversiteit, samen met, onder andere, de gemeente Nijmegen. Een van Nederlands beroemdste rotondes staat centraal in het experiment: het Keizer Karelplein in Nijmegen. Op verschillende afstanden en windrichtingen van dit plein worden 30 van zulke kleine meetapparaten opgesteld.

 

Als, over ruim een jaar, de metingen voldoende betrouwbaar blijken te zijn, komt het zelf meten door burgers dichterbij. Dat er behoefte aan is heeft Leefmilieu in haar presentatie op 24 juni aan de experts toegelicht met voorbeelden: over fijnstof, maar ook over pesticiden, en laagfrequent geluid. Mensen hebben sterk de behoefte om zelf te meten, ook omdat ze willen controleren of hun zorg terecht is, voordat ze de overheid en anderen gaan alarmeren. Dat het RIVM toch nog lang niet kan stoppen met meten is ook wel belangrijk om te beseffen: hoe meer mensen in Nederland zich met meten gaan bezighouden hoe belangrijker het is dat er een gouden standaard blijft bestaan om de zelfgemeten waarden mee te kunnen vergelijken.

 

Bekijk hier de presentatie van Leefmilieu

 

Mocht u bij de eersten willen horen die zelf met het meten aan de slag gaan dan kunt U in december 2015 een eigen sensor gaan bouwen en veel meer leren over meten. Geonovum organiseert dan namelijk een bijeenkomst in Nijmegen voor iedereen die daar belangstelling voor heeft. (Aanvankelijk was dit evenement aangekondigd voor 7 oktober 2015, maar door omstandigheden is dit verschoven naar december.)

 

Meer informatie op: http://www.geonovum.nl/onderwerp-artikel/do-it-yourself-event

 

.